Kune Kune varken

Kunekune met biggen

DNA-onderzoek door de University of Auckland heeft aangetoond dat het Kune Kune varken vrijwel zeker afkomstig is uit Azie. Er zijn verschillende theorieen over hoe deze varkens in Nieuw Zeeland terecht zijn gekomen. Het meest aannemelijk is dat ze zijn overgebracht door walvisvaarders en handelaren. Het Kune Kune varken – letterlijk: vet en rond - maakte sindsdien deel uit van de Maori-gemeenschap, waar deze mensenvrienden vrij rond scharrelden en genoten van het goede leven, totdat ze in de pan belandden en hun vet werd vermengd met goudgele rietsuikerstroop tot een zoetige margarine.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw was het bijna gedaan met de Kune Kune in Nieuw Zeeland. Twee eigenaren van een wildpark, Michael Willes en John Simster, vonden er aanvankelijk nog slechts achttien en zetten een stamboek op. Later kwamen ze meer Kune’s op het spoor en in 1992 brachten Zoe Lindop en Andrew Calveley het ras naar Engeland. Vijf jaar later importeerde Violette Sanders van ’t Swieneparredies de eerste Kune Kune’s in Nederland. Met de aanvoer in 2006 van ‘’vers bloed’’ uit Engeland is de basis gelegd voor een gezonde toekomst van het Kune Kune varken in Nederland. Vier verschillende bloedlijnen moeten het gevaar van Inteelt bij dit zeldzame ras keren.

Het Kune Kune varken is niet groot (schouderhoogte 60 tot 80 cm, gewicht 60 tot 100 kilo). Veel zeugen en beren hebben ‘’belletjes’’ onder aan de kaak, pire pire genaamd. Het ras kent een grote genetische variatie, is veelkleurig en divers behaard, heeft een passie voor voedsel en wroeten. Het Kune Kune varken, van nature vriendelijk en gezeglijk, wil graag contact met mensen en laat dat blijken ook. Het zijn geboren verleiders, ingesteld bovendien op het goede leven. Ze zijn sociaal, intelligent en hebben een enorme behoefte aan gezelschap.(1)
(1) Mensenvrienden van oudsher gewend aan het goede leven, Levende Have december 2006

Terug naar: