Voeding van schapen
Goed ruwvoer, indien nodig aangevuld met schapen- of rundveebiks, is voldoende voor schapen die hobbymatig worden gehouden. Langvezelig materiaal, zoals hooi en luzernehooi, is van belang voor de penswerking. Na de opname van voer volgen de herkauwbewegingen. Een schaap herkauwt 4 tot 6 maal per 24 uur, telkens 10 tot 50 minuten. (1)
Het voedselaanbod moet worden afgestemd op de behoefte. Een te rijk voedselaanbod heeft een negatieve invloed op het aflammeren. Tot vier weken voor de geboorte heeft een ooi in normale conditie, genoeg aan gras en hooi. De laatste vier weken kan zij minder voedsel opnemen en heeft zij extra energie en eiwitten nodig.
Bij een normale conditie zijn de doornuitsteeksels van de lendenwervels bij een flinke druk goed voelbaar. Zijn ze niet voelbaar, dan is de conditie te goed. Voelen ze scherp aan en kan men bij de dwarsuitsteeksels de vingers eronder schuiven, dan is de ooi in een slechte conditie. (2)
Krachtvoer
Veel ziekten hebben hun oorzaak bij het voer. Houdt daarom altijd rekening met het soort schaap en met de periode waarin het dier zich bevindt. Zo is het belangrijk de conditie van de ooi op peil te houden aan het eind van de dracht, om slepende melkziekte te voorkomen. Voorkom melkziekte door ooien aan het eind van de dracht geen voerproducten te geven met een verkeerde calcium-fosforverhouding, zoals aardappelen en graan. In het voer mogen geen dierlijke eiwitten van zoogdieren worden verwerkt om de kans op scrapie te verkleinen.
Schapenbiks is afgestemd op de behoefte van Texelaars, die het risico lopen op een kopervergiftiging. Heideschapen daarentegen hebben een veel hogere koperbehoefte dan ze via schapenbiks krijgen toegediend. Het lijkt daarom raadzamer aan heideschapen om rundveebrok te voeren i.p.v. schapenbiks.
Ook het zoutblok moet koper bevatten. Zelfs varkensmest vormt geen probleem voor heideschapen en kan gerust op het land aangewend worden. (3)
Zout is onmisbaar in de voeding van schapen. Veel planten en dus ook gras bevatten lage zoutgehalten. Bij inspanning, warm weer en langdurige diarree kan een tekort ontstaan. (4)
Voer herkauwers nooit snoeiafval. Adelaarsvaren, bereklauw, eikels, gevlekte scheerling, goudenregen, hedera (klimop), jacobskruiskruid, laurierkers, nachtschade, pieris japonica, rhododendron, sint-janskruid, taxus, vingerhoedskruid en wolfsmelk zijn giftig voor de meeste schapen en kunnen dodelijke gevolgen hebben.
Gerelateerde onderwerpen:
- Ruwvoer voor herkauwers
- Luzernehooi
- Hooi
- Giftige planten en struiken
- Vitaminen en mineralen voor schapen
- Kopervergiftiging
- Voeding van lammeren
- Biest
(2) Conditie van de drachtige ooi, Levende Have december 2005
(3) www.drentsheideschaap.nl
(4) Zout hoort op het menu van graasdieren, Levende Have april 2006






