Leverbot

Leverbotinfectie of fasciolose komt voor bij runderen, schapen en geiten. Het wordt veroorzaakt door de platworm Fasciola hepatica (of Fasciola gigantica in de tropen) die in de lever en galgangen van herkauwers leeft. Vooral schapen gaan hieraan dood, maar ook koeien kunnen erg ziek worden waardoor de melkproductie terugloopt. Leverbot kan ook de mens besmetten.

Cyclus
De volwassen leverbot in de lever legt eitjes, die met de gal in de mest van de herkauwer terechtkomen. Eenmaal op het weiland komen de eitjes uit. De larven hebben een tussengastheer nodig en kiezen voor de slak van het soort Lymnea die voornamelijk leeft in het greppelmilieu. Hierin evolueren ze tot een volgende stadium. Deze komen uit de slak en hechten zich aan waterplanten of gras in een vochtige omgeving. Hier veranderen ze in het larvestadium dat infectieus is voor de eindgastheer, de herkauwer.
Gras etend krijgt de herkauwer deze larve binnen, vanuit het maagdarmkanaal gaat het leverbotje op weg naar de lever waar het uitgroeit tot de volwassen bot die weer eitjes gaat leggen. Hiermee is de cyclus rond.
Leverbotten kunnen bij schapen wel 10 jaar worden. Ook als de omstandigheden voor infectie ongunstig zijn, kunnen op het oog gezonde dieren enkele leverbotten meenemen.

Onderbreken
Het stadium in de slak is een verplicht tussenstation voor de larven. Zonder de veranderingen die hierin worden doorgemaakt kan er geen stadium ontstaan dat infectieus is voor de eindgastheer. Schapen en koeien kunnen zich niet rechtstreeks besmetten met de eitjes die door de leverbotten in hun lever zijn uitgescheiden.
Voor het onderhouden van leverbotinfecties bij de dieren zijn dus zowel geïnfecteerde herkauwers nodig, als omstandigheden die maken dat er slakken zijn (vocht, bijvoorbeeld drassige weilanden).
Het bestrijden van de infectie is dus een kwestie van het onderbreken van de cyclus. Dit kan door geïnfecteerde dieren te behandelen, maar ook door slakken te weren. Drainage van het grasland bijvoorbeeld, kan leiden tot een omgeving waar slakken zich niet thuisvoelen en waar leverbot dus niet tot ontwikkeling komt.

Ziekteverschijnselen
Bij de mens wordt de ziekte gekenmerkt door verschijnselen van leverlijden (vergrote lever, geelzucht, bloedarmoede), koorts, buikpijn en gewichtsverlies.
Bij runderen, schapen en geiten, kan een plotselinge heftige ziekte ontstaan (vooral bij lammeren), die veroorzaakt wordt door ernstige schade en ontsteking aan lever en galgangen. Bij runderen leidt het tot een verminderde groei en lagere melkgift, bij schapen en geiten kan een ernstige leverbotinfectie de dood tot gevolg hebben.
De jonge dieren kunnen plotseling sterven of slechts enkele dagen ziek zijn (verlies aan eetlust, zwakte) voor ze sterven. Bij volwassen dieren verloopt de ziekte meestal chronisch en is mede afhankelijk van de hoeveelheid leverbotten in de lever. Gewichtsverlies, bloedarmoede, diarree en oedeem zijn mogelijke verschijnselen.
Door bloed- en mestonderzoek kan een eventuele besmetting worden vastgesteld. Dieren die besmet zijn, kunnen behandeld worden. Neem daarvoor contact op met de dierenarts. Leverbotmiddelen kunnen niet worden gebruikt bij dieren die melk geven voor humane consumptie.

Preventie en behandeling van leverbot
Wanneer u schapen, geiten of runderen aanvoert van een andere houder, informeer dan naar de leverbothistorie. In het hele land zijn resistente leverbothaarden bekend. De bekende haarden dijen steeds verder uit door hazen.
Houd de aangevoerde dieren gedurende drie weken in quarantaine. Via mestonderzoek 3 weken na quarantainebehandeling kan de insleep van resistente leverbotten worden voorkomen. Schaar alleen negatieve, aangevoerde dieren in.

Schapen alleen na onderzoek behandelen
De Werkgroep Leverbotprognose geeft jaarlijks een prognose uit. De werkgroep is een samenwerkingsverband tussen de Animal Sciences Group, Wageningen UR en GD. De taak van de werkgroep is het voorspellen van de kans op leverbot infecties. Zij beoogt preventieve maatregelen en wil door het bevorderen van een strategische behandeling het geneesmiddelengebruik terugdringen.
De Werkgroep Leverbotprognose adviseert om schapen alleen na onderzoek te behandelen. Bij voorkeur de schapen verweiden naar goed ontwaterde percelen. Voor rundvee is het van belang om eerst onderzoek te laten doen naar de ernst van de besmetting. Wanneer uit onderzoek blijkt dat runderen moeten worden behandeld, moet dat bij melkgevende dieren gebeuren tijdens het hele jaar aan het begin van de droogstand.

Voorkomen van resistentie tegen leverbotmiddelen

Bij twijfel is het zinvol om bloedonderzoek te laten verrichten. Per diersoort (bij voorkeur dieren na hun eerste weideseizoen) zijn voor een goed onderzoek vijf monsters per leeftijdcategorie nodig.
In verband met het voorkómen van resistentie is het bij het behandelen van zowel schapen als rundvee van het grootste belang om het juiste gewicht van het dier te schatten of te meten, zodat de juiste dosis van het geneesmiddel wordt toegediend. Ter controle op het effect van een behandeling wordt geadviseerd om drie weken na de behandeling mestonderzoek te laten doen. Hiervoor is een mengmonster van 5 - 10 dieren per leeftijdscategorie nodig (gepoold mestonderzoek).

Chronische leverbotinfecties nemen toe
Het aantal gevallen met ernstige chronische leverbotinfectie neemt toe (1). In de meeste gevallen betreft het schapen die in de vroege herfst zijn behandeld en daarna niet meer. Veel veehouders denken dat in de winter geen besmetting met leverbot kan worden opgedaan en denken te kunnen volstaan met één behandeling met triclabendazol in de herfst. Dieren die in de winter in leverbotgebieden weiden, kunnen echter tot maart/april nog ernstig worden besmet met leverbot. Daarnaast komt er meer chronische leverbot voor omdat de resistentie van de leverbot tegen triclabendazol zich uitbreidt. Niet alleen binnen de al bekende gebieden ten noorden van Amsterdam en rondom Rotterdam, neemt het aantal bedrijven met leverbotresistentie tegen triclabendazol toe, maar ook in overige delen van Nederland zien we meer waarnemingen met leverbotresistentie. In 2010 is resistentie voor triclabendazol geconstateerd in Noord-Friesland. In 2011 zijn meldingen binnengekomen van leverbotresistentie bij schapen in het veenweidegebied Zuid-Holland / Utrecht en tussen de grote rivieren.

(1) KNMvD magazine, april 2012

Zie ook:

Terug naar:

(1) RIVM
(2) WUR 

 


U kunt zelf ook kennis toevoegen aan het kennisnetwerk. Klik op Kennisnetwerk voor meer informatie over de opzet en werkwijze. Geeft de Kennisbank geen antwoord op uw vraag, leg deze dan voor aan de Vraagbaak.


Levende Have Magazine

Levende Have


Enquête

Dierenvideo

Opmerkingen over de website

Heeft u vragen en / of opmerkingen over de website klik dan Hier.


Wie zijn online?

Er zijn momenteel 1 gebruiker en 158 gasten online.

Online gebruikers

  • lindakosterpon

Nieuwe leden Levende Have

  • Rinaldo
  • sanderenanke
  • amrock
  • Paska186
  • J
  • Monique_62
  • BlackLacey
  • dushiendonna