Worminfecties bij kippen
Maag/darmwormen kunnen zich nestelen in de ingewanden van kippen met alle schadelijke gevolgen van dien. De symptomen van een wormbesmetting zijn afhankelijk van de wormsoort.
Meestal is er sprake van een chronisch ziektebeeld. Soms treedt (geringe) diarree, vermagering en/of groeivertraging op. Ook kunnen de hennen ‘opdrogen’: ze krijgen dan een kleine kam en stoppen met eiproductie. Bij een aanhoudende, ernstige besmetting kunnen de kam en lellen bleek worden en raakt het dier uitgeput. Bij jonge dieren verloopt een wormbesmetting in het algemeen ernstiger dan bij oudere dieren.
Niet alle wormsoorten zijn even schadelijk. Behandeling tegen wormen is daarom niet altijd noodzakelijk. Belangrijkste wormsoorten bij de kip zijn de grote spoelworm, de kleine spoelworm en de haarworm. Daarnaast zijn de grote en de kleine lintworm van belang. Hieronder worden al deze wormen, met de belangrijkste kenmerken op een rij gezet.
Soorten: Lengte Dikte Schade Tussengastheer
Grote spoelworm 40-50 2-3 + geen
Kleine spoelworm 10 1 - geen
Haarworm 10-30 0,1 ++ geen
Grote Lintworm 50-150 + kevers
Kleine lintworm 4 +++ slakjes
Voor de behandeling van worminfecties bij pluimvee is levamisole als vloeistof beschikbaar. Dat kan door het drinkwater worden toegediend. Ivemectines zijn ook als vloeistof beschikbaar, maar voor pluimvee niet geregistreerd.(2)
Preventieve maatregelen
De ontwikkeling van wormeieren tot infectieuze eieren wordt vooral beïnvloed door temperatuur, vochtigheid en beschikbaarheid van zuurstof. (3) In het algemeen kunnen wormeieren, onder gunstige omstandigheden en afhankelijk van de soort, maanden en soms jaren besmettelijk blijven.
Preventieve maatregelen voor het beperken van een wormbesmetting zijn o.a. een wormvrije opfok, opgedroogde stal voor opzet van de kippen, hittebehandeling tijdens leegstand of behandeling van de oppervlakten met kalk.
Door het regelmatig verwijderen van strooisel kan men de wormbesmetting mogelijk beheersen. Het strooisel behandelen met het middel Stalosan lijkt te leiden tot minder infectieuze eieren en een vertraagde ontwikkeling. Bloedonderzoek kan in de toekomst leiden tot vroegtijdige diagnose van een wormbesmetting.
Veterinair Parasitologisch laboratorium Het Woud doet mestonderzoek, ook bij pluimvee van hobbyhouders (4).
Terug naar:
(1) www.gddeventer.com
(2) Pluimveeparasieten, Levende Have augustus 2006
(3) Literatuurstudie van de Animal Sciences Group (ASG) van Wageningen UR naar worminfecties bij legpluimvee in opdracht van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE), april 2008.
(4) Het Woud: http://www.wormbestrijding.nl/kip_index.html
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| Onderzoek worminfecties pluimvee.pdf | 993.96 KB |












