Ganzenrassen
In Europa zijn streekgebonden gedomesticeerde rassen ontstaan. Ze hebben hun oorsprong in de natuur en stammen af van bijvoorbeeld de Grauwe gans (Anser anser). Toen mensen deze ganzen gingen fokken voor eigen gebruik is er bij de fok geselecteerd op nuttige eigenschappen (bijv. vleesproductie). Deze rassen worden tegenwoordig veelal als hobbydier gehouden en gefokt.
Ganzenrassen die van de Grauwe gans afstammen, zijn bijvoorbeeld:
- Toulouse gans
- Steinbacher gans
- Pommerse gans
- Celler gans
- Witte Boerengans
- Frankische landgans
- Twentse landgans
- Sebastopol of Krulveergans
- Romaanse Kuifgans
Er zijn ook enkele rassen die de Zwaangans (Anser cygnoides) als voorouder hebben:
- Afrikaanse Knobbelgans
- Chinese Knobbelgans
Fokkers hebben dus meerdere rassen gecreëerd. Er is nogal een verschil in grootte: de meeste ganzenrassen wegen veelal tussen de zes en acht kilo, maar de Toulouse gans kan wel 10 kilo bereiken. Ook de maximale leeftijd varieert nogal. De Grauwe gans (de wilde voorouder) kan wel meer dan twintig jaar oud worden. (1)
Wilde ganzen
Naast de diverse gedomesticeerde ganzenrassen die we kennen, worden er door veel liefhebbers ook oorspronkelijke soorten gefokt. Dit zijn ganzen waarvan de voorouders nog in de natuur leven. Ze zijn niet gedomesticeerd en komen dus nog overeen met hun soortgenoten in de natuur.(2)
Het zijn vaak mooi gekleurde ganzen die een ander soorteigen gedrag vertonen dan de tamme rassen die we kennen. Voorbeelden zijn:
- Hawaiigans, Branta sandvicensis
- Brandgans, Branta leucopsis
- Roodhalsgans, Branta ruficollis
- Indische streepkopgans, Anser indicus
(1) Effecten van aantalsregulatie op overzomerende Grauwe Ganzen, Sovon 2004
(2) Aviornis International Nederland, belangenvereniging voor liefhebbers van park- en sierwatervogels












