Acute snot

Coryza is een sinds 1930 bekende aandoening bij pluimvee en stond in het verleden bekend onder de term “Acute snot”. De ziekte komt voornamelijk voor in gebieden met een warm klimaat: Zuid-Amerika, Afrika en het Midden en Verre Oosten. Het is een meestal acute, vervolgens chronische, sterk infectieuze aandoening bij kippen. Vooral oudere dieren zijn gevoelig. Problemen komen voornamelijk voor in de herfst en de winter, bij productieve leghennen, vermeerderingsdieren, soms ook bij kalkoenen, fazanten en patrijzen.

Verschijnselen:

  • Dikke kop; met name door zwelling (vochtophoping) van de neusbijholte en de huid onder het oog
  • Overvulde neusbijholte met grijze tot etterige, dradentrekkende vloeistof
  • Eenzijdig of tweezijdige dichte ogen met gezwollen oogleden
  • Etterige neus- en ooguitvloeiing
  • Gezwollen lellen
  • Rochelend geluid en ademhalingsmoeilijkheden
  • Verminderde water- en voeropname en teruggang van conditie
  • Diarree
  • Eiproductiedaling van 10-40%.  Incidenteel wordt een daling van 100% genoemd
Langdurige koppelbehandelingen met (doxy/oxy)tetracyclinen, tylosine, erythromycine of fluoroquinolones moeten effectief zijn . Een behandeling leidt niet tot eradicatie van de bacterie en er bestaat dus altijd de kans dat de ziekte in alle hevigheid terugkomt of dat de bacterie zich vanuit een dergelijke koppel verder verspreidt.
Naast het gebruik van antibiotica kan het sprayen van veilige bacteriedodende middelen in de stal, zoals actief chloor in Neutral Electrolyced Water (NEW) en een permanente conditionering van het drinkwater met bacteriedodende middelen een bijdrage leveren aan een vermindering van de verspreiding van de bacterie in het koppel.

Vaccinatie
Vaccinaties worden gebruikt in gebieden waar de infectiedruk hoog is. In Nederland zijn vaccins tegen Coryza geregistreerd, maar niet algemeen verkrijgbaar. Het betreft geïnactiveerde entstoffen die door middel van een injectie moeten worden toegediend. De vaccins bevatten de drie bekende serotypen. Tussen de serotypen bestaat onvoldoende tot geen kruisimmuniteit. Over het algemeen zal twee keer gevaccineerd moeten worden met minimaal drie weken tussentijd en de laatste vaccinatie minimaal vier weken voor de start van de productie. Een vaccinatie zal de problemen verminderen, maar zal niet in staat zijn een besmetting te voorkomen.

Bron: GD

Terug naar:

 


U kunt zelf ook kennis toevoegen aan het kennisnetwerk. Klik op Kennisnetwerk voor meer informatie over de opzet en werkwijze. Geeft de Kennisbank geen antwoord op uw vraag, leg deze dan voor aan de Vraagbaak.


Levende Have Magazine

Levende Have


Enquête

Dierenvideo

Opmerkingen over de website

Heeft u vragen en / of opmerkingen over de website klik dan Hier.


Wie zijn online?

Er zijn momenteel 0 gebruikers en 75 gasten online.

Nieuwe leden Levende Have

  • Renate de Boer
  • Safira
  • pncger
  • aratinga
  • hendrikus
  • Koppe628
  • huubbogaerts
  • koentje