Emoes
De emoe is na de struisvogel de grootste loopvogel en leeft in Australië. Het leefgebied van emoes bestaat uit met struikgewas begroeide steppen en savannen.
De emoe is opgericht van kop tot teen 2 m hoog en weegt 50-60 kg. Het mannetje, de haan, en het vrouwtje, de hen, zijn niet van elkaar te onderscheiden, ondanks soms uiterlijke verschillen. De emoe-veren zijn veel fijner en korter dan van de nandoe en licht van kleur. Alleen de uiteinden zijn donker, waardoor de emoe overwegend bruingrijs van kleur is. De hals is donker, bijna zwart. De kop is gedeeltelijk kaal met een wat blauwe huid en de emoe heeft een soort zwarte kuif. Het vrouwtje maakt een dof trommelend geluid vanuit een keelzak, het mannetje een meer grommend geluid.
De emoe kan snel lopen maar heeft geen vleugels van betekenis en kan daardoor geen snelle, scherpe bochten maken, zoals de nandoe.
In beschermd milieu dient er om het emoe-verblijf een stevige afrastering te zijn van 150 cm hoog, en een binnenverblijf dat bescherming biedt tegen slechte weersomstandigheden. Wanneer de buitenruimte beperkt is zal het gras worden opgegeten en kapot gelopen.
Emoes zijn sterke, niet veeleisende vogels, die bij goede verzorging en hygiëne niet snel ziek worden. In beschermd milieu leeft de emoe langer dan in de vrije natuur en kan het dier wel 20 jaar oud worden.
In Nederland mogen emoes als hobbydier gehouden worden en ze hoeven niet te worden geregistreerd.(1)
Meer informatie over emoes:
Terug naar:
(1) Bron: Aviornis International Nederland- login of registreer om te reageren





