Training van paarden
Bij de traning van paarden is het van belang rekening te houden met de natuur van het paard, de wijze waarop een paard leert en wat een paard voorafgaand aan de training al heeft geleerd.
De training van paarden begint doorgaans met het vertrouwen winnen van het paard. Ook is het belangrijk dat het paard in de gelegenheid wordt gesteld te wennen aan zijn omgeving. Dit gaat sneller wanneer er andere paarden zijn die de omgeving al verkend hebben. Paarden leren immers makkelijker iets van andere paarden dan van een mens.
Daarna volgt al gauw het zadelmak maken. Voor het zadelmak maken van paarden bestaan diverse methoden. Uit onderzoek (1) is gebleken dat een stapsgewijze aanpak, met veel aandacht voor de individuele ontwikkeling van het paard tot minder stress leidt. In het onderzoek zijn twee trainingsmethoden met elkaar vergeleken: de traditionele manier en een traningsmethode die onderdeel is van 'sympathetic horsemanship'. Het uiteindelijke resultaat was na vijf weken training gelijk, maar gedurende het leerproces scoorden de paarden die werden getraind volgens de principes van ''sympathetic horsemanship' beter op het gebied van welzijn.
Een human-approach test toonde aan dat ''sympathetic'' getrainde paarden aanzienlijk minder snoven dan traditioneel getrainde paarden (P = 0.006) na de trainingperiode. Bovendien toonden traditioneel getrainde paarden meer angst en gespannen (stress-gerelateerde) gedrag(ingen) tijdens de training zoals spanning ('body tension') (P < 0.001), hoge hoofd-halshouding (P < 0.001), bewegen (klapperen) met de lippen (P = 0.008) en tanden knarsen (P = 0.03). Ook was gedurende de afsluitende rijproef de gemiddelde hartslag hoger bij traditioneel getrainde paarden. ''Door de training van (jonge) paarden toe te snijden op de ontwikkeling van het individuele paard en het stapsgewijs vertrouwd te maken met veranderingen in de omgeving, kan de stress voor de paarden beperkt blijven'', aldus de onderzoekers.
Bij 'sympathetic horsemanship' wordt de nadruk gelegd op het belang van natuurlijk gedrag van het paard en het gebruik van lichaamstaal. De traditionele trainingsmethode die voor dit onderzoek werd gebruikt is gebaseerd op het Steinbrecht-systeem (1886). De training vond plaats op twee verschillende centra. Beide trainingcentra kregen de opdracht paarden te presenteren die een ruiter accepteren, gewillig aan het bit gereden kunnen worden in stap, draf en galop tijdens een eenvoudige dressuurproef met van hand veranderen en grote voltes.
De traditionele trainingsmethode
Bij de traditionele trainingsmethode werden de paarden getraind door gevorderde ruiters (een ruiter per paard) en hun instructeur. De paarden kregen dagelijks een gelijke training volgens een tevoren vastgesteld stappenplan. Tijdens de eerste week werden de paarden gelongeerd, gewend aan longeren met hoofdstel en gewend aan longeren met zadel en hoofdstel.
In de tweede week werd begonnen met het rijden van de paarden; bovendien werd met de paarden gewerkt aan de lange lijn (in grondoefeningen) en met dubbele longeerlijnen. Gedurende een enkele les hingen de ruiters over het zadel, stegen vervolgens op (in het zadel), waarna de paarden aan de longe met licht teugelcontact in stap en draf werden gereden. Daarna namen de ruiters meer teugelcontact op en aan het einde van de tweede week konden de paarden zonder longe in stap en draf gereden worden. Vervolgens werd gewerkt aan houding van de paarden en takt in alle gangen.
'Sympathetic horsemanship'
'Sympathetic horsemanship' is gebaseerd op een Freestyle trainingsmethode die in Nederland is ontwikkeld. De paarden werden getraind door een team van ervaren Freestyle trainers. Alle hulpen werden stapsgewijs en een voor een aangeleerd voordat ze als geheel werden toegepast. Elk paard kreeg zijn eigen trainingsprogramma dat werd aangepast aan de ontwikkeling van ieder paard.
Gedurende het proces werden de volgende technieken gebruikt: grondwerk, africhting zonder dwang, werk aan de lange lijnen en het wennen aan griezelige voorwerpen en voorvallen. Gedurende de lessen begonnen de ruiters met hangen over de blote rug van de paarden. Wanneer deze dat geheel accepteerden, gingen de ruiters zitten en werden de paarden geleid. De volgende stap was het opzadelen van de paarden (met een barebackpad), een hoofdstel met leren bit aandoen en daarna longeren. Voor sommige paarden werd tijdelijk een bitloos hoofdstel gebruikt afhankelijk van de gesteldheid van de paardenmond. De ruiters werkten eerst met dubbele lange lijn. Uiteindelijk werd grondwerk afgewisseld met free-riding. (1)
(1) A comparison of sympathetic and conventional training methods on responses to initial horse training, The Veterinary Journal 181 (2009), Kathalijne Visser, e.a.
Terug naar:
- login of registreer om te reageren













schuilstal
Geplaatst door: knubbenberg op: 6 Mrt 2010 - 10:12pmre;
Geplaatst door: dewilderoos op: 12 Mrt 2011 - 11:51am