Atypische myopathie
De dodelijke spierziekte bij paarden “atypische myopathie” lijkt in Europa steeds vaker voor te komen. In de regel sterft 90% van de betrokken paarden aan deze aandoening, vaak binnen 72 uur. Zo bezweken in Noord-Duitsland in 1995 binnen een periode van twee weken meer dan honderd paarden aan deze spierziekte. Onderzoekers zijn erin geslaagd de biochemische oorzaak van atypische myopathie bij paarden vast te stellen: een verstoring van de vetverbranding, genaamd ‘MADD’ (multiple acyl-CoA dehydrogenase deficiëntie).
Door deze ontdekking is het nu mogelijk middels urine- en/of bloedonderzoek met zekerheid de diagnose te stellen van deze spierziekte en kan gericht gezocht worden naar effectievere behandelingsmethoden. Verder onderzoek is nodig naar een (schimmel)toxine als mogelijke oorzaak van de verstoorde vetverbranding, met als uiteindelijk doel de preventie van deze spierziekte. In beeld is de de dodelijke toxine van de bacterie clostridium sordellii. Of deze bacterie de directe veroorzaker is van atypische myopathie is nog onduidelijk.
De spierziekte “atypische myopathie” bij paarden is sinds 1939 bekend. Voor het eerst werd de aandoening beschreven in Wales en momenteel lijkt de spierziekte zich jaarlijks uit te breiden en is nu in al tenminste 10 Europese landen bekend. Daarnaast komt deze spierziekte waarschijnlijk ook voor in Amerika, Canada en Australië. Deze ziekte treedt met name op bij paarden die buiten worden gehouden en komt vooral voor bij verslechtering van het weer in de herfst en het voorjaar. De aandoening treft paarden van alle rassen en leeftijden. Jonge paarden tot drie jaar, die dag en nacht weidegang hebben, lopen wel een verhoogd risico. Ook de conditie van het paard speelt een rol. Evenals de weersomstandigheden: koud, winderig en nat weer.
Symptomen
De ziekte heeft
een kort verloop van spierpijn en/of enigszins op buikpijn (koliek)
gelijkende klachten. Er kan plotseling spierzwakte of spierstijfheid optreden. Het paard weigert te bewegen, blijft verlrampt staan of gaat plat liggen. De dieren zijn ook benauwd en ademen te snel. Een groot deel van de gerapporteerde patiënten
overlijdt aan de ziekte. Sectie op de overleden paarden toont aan dat
er sprake is van algemene spieraantasting maar de oorzaak blijft
onbekend. Ernstige benauwdheid is meestal aanleiding voor euthanasie. Opvallend is verder dat de paarden verder geen zieke indruk maken en een normale eetlust hebben.
Het verwijzen van verdachte gevallen naar de kliniek van de
Hoofdafdeling Gezondheidszorg Paard is helaas niet zinvol en zelfs
sterk af te raden omdat door het transport de spierbeschadiging alleen
maar verergert en daarmee het gevaar voor de patiënt toeneemt. In zijn
algemeenheid geldt voor ernstige spieraandoeningen dat die bij voorkeur
ter plekke moeten worden behandeld of op zijn hoogst bij de
dichtstbijzijnde stal. Dierenartsen kunnen, zoals gebruikelijk, wel
contact opnemen met de dierenartsen van de Kliniek Paard van de
faculteit om gevallen te melden of om te overleggen over de
behandeling. (2)
Om atypische myopathie te voorkomen gelden de volgende adviezen (3):
- Geef jonge paarden beperkt weidegang en zet ze op een droge wei
- Ontworm de paarden na mestonderzoek en zorg ervoor dat ze de gebruikelijke vaccinaties krijgen, dit alles om het paard in een goede conditie te houden
- Verwijder geregeld de mest uit de wei
- Verwijder bladeren
- Verwijder giftige planten
- Geef een zoutblok
- Geef in voor- en najaar uitsluitend drinkwater uit de kraan en voorkom dat de paarden toegang hebben tot een poel
(1)Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde, 31 januari 2008
(2) Advies atypische myopathie bij jonge paarden, Universiteit van Utrecht
(3) website van de universiteit van Luik: www.myopathieatypique.be
Klik op bijlage voor artikel uit Paard en Sport, december 2009
Terug naar:
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| Atypische myopathie.pdf | 546.63 KB |
- login of registreer om te reageren












