Nubische geit
Nubische geitIn de tweede helft van de negentiende eeuw reisden de Nubische geiten mee met Engelse stoomschepen uit Egypte en India om de passagiers aan boord gedurende de lange reis van verse melk te voorzien. Eenmaal in Engeland vonden de hangoorgeiten al snel hun weg naar de liefhebbers, die ze kruisten met Engelse landgeiten.
Rond 1900 haalden de Engelsen enkele bokken uit het oosten. Ze werden de stamvaders van het huidige Anglo-Nubische ras. De geiten behielden hun typische lange oren, die hoogstwaarschijnlijk in verband staan met de warme, zanderige streken waar het ras is ontstaan.
De geiten houden niet van kou. Een combinatie van vocht en kou kan zelfs desastreus zijn. Ook de oren bevriezen makkelijk bij temperaturen onder nul, zeker als ze bij het drinken in aanraking zijn geweest met water. Vandaar dat de geiten ’s winters het beste naar binnen kunnen. Nederland telt inmiddels enkele honderden Anglo Nubische geitenhouders. (1)
(1) Anglo Nubische geit zachtaardig en mensgericht, Levende Have oktober 2005












