Mini ezels
De mini ezel komt oorspronkelijk uit Sardinië en Sicilië. Daar heeft het zich kunnen ontwikkelen tot een apart ezelras. Eeuwenlang werden ze in boerderijen gebruikt om de graanmolens aan te drijven. Op de twee Italiaanse eilanden zijn ze vrijwel uitgestorven. Dat het ras bewaard is gebleven, danken we aan ene Mr. Robert Green uit New York en New Jersey die in 1929 de eerste mini-ezels importeerde. Vrijwel alle mini-ezels in de Verenigde Staten, Engeland, Canada en ook Nederland, stammen af van deze eerste geïmporteerde dieren.
De
mini-ezel is sterk en stevig. Het Amerikaanse stamboek accepteert een maximum
schofthoogte van 36
inches (91,44 cm). Op een
goede foto van een staand dier is het, wanneer de verhoudingen perfect zijn,
moeilijk te zien of het om een mini-ezel of een gewone ezel gaat. Van de
zijkant gezien heeft de mini-ezel drie gelijke delen. Hoofd, nek en schouders
(de voorhand) is gelijk aan het lichaam (de middenhand) en de achterhand. Het
hoofd moet in verhouding zijn met de rest van het dier. Een korter hoofd
verdient de voorkeur boven een lang hoofd.
Hoofd
Het voorhoofd moet breed zijn met ruimte tussen de ogen. De neus moet toelopen
met stevige gladde lippen en grote open neusgaten. Ogen moeten groot, donker en
helder zijn, symmetrisch en met een vriendelijke uitdrukking. Oren ziet men
graag lang, maar in verhouding tot het hoofd, rechtop aangezet en attent gedragen.
Het hoofd moet evenwichtig zijn en omhoog gedragen. Een groot hoofd, dat niet
in de juiste verhouding staat tot het lichaam, kan duiden op dwerggroei en moet
vermeden worden.
Schouder, borst en rug
De schouder is steiler dan bij een paard, maar niet overdreven recht. De ideale
schouder is lang en met een hoek van 45 tot 50 graden. De borstdiepte moet
voldoende zijn met een goede welving. Dieren met een te nauwe borst, zien er
lang en smal uit, met dicht bij elkaar staande voorbenen. De zijden zijn vlak
in plaats van rond, en dit is een fout. De rug van de ezel moet sterk en
compact zijn, met een lichte curve bij de schoft. De rug mag niet doorgezakt of
hellend zijn.
Benen
De mini-ezel heeft verder korte, brede en goed bespierde lendenen. De benen
moeten een vierkant vormen en van alle kanten bekeken recht zijn. Benen met
naar binnen gedraaide voeten of koehakkig van achteren kunnen een nadelige
invloed hebben op het gangwerk en zwakker zijn dan rechte benen, doordat zij
ongelijk belast worden.
Hoogte
De totale hoogte van het dier (van schoft tot de grond) moet bestaan uit twee
gelijke delen: het eerste de diepte van het lichaam (schoft tot buik) het
tweede van de elleboog tot de grond. Wanneer het voorbeen buiten proportie kort
is kan dit wijzen op dwerggroei en dit is een ernstige tekortkoming, die niet
mag voorkomen bij dieren waarmee gefokt wordt.
Kleuren
Mini-ezels zijn er in alle kleuren, maar grijs/beige en donkerbruin komen het
meeste voor. Door en door zwart, alle soorten wit, gevlekt en verschillende
tinten voskleurig kan men tegenkomen. Een gespikkelde muskaatschimmel is
zeldzaam bij de miniatuur, maar staat wel beschreven. Blesjes komen vaker voor
bij de miniatuur dan bij andere soorten ezels. Mini-ezels kunnen dertig jaar
oud worden.(1)
(1) Kleine ezel afkomstig van Italiaanse eilanden, Levende Have Februari 2008
Terug naar:
- login of registreer om te reageren












