Wormen en hun levenscyclus

De naam 'worm' wordt gebruikt voor een aantal ongewervelde dieren met een enigszins gelijkend uiterlijk, maar sterk afwijkende afstamming en/of ontwikkeling. Wormen zijn een informele groep. Het is geen echte groep maar meer een verzameling van diverse groepjes uit verschillende andere diergroepen.

Wormen komen over de hele wereld en in de meest uiteenlopende omgevingen voor. Sommige soorten leven op het land of in zoet water, maar de meeste wormen leven in zee. Ook de levenswijze is zeer variabel; veel soorten leven parasitair op of in andere dieren, andere zijn vrijlevend of niet-parasitair.

Gemeenschappelijke kenmerken zijn het weke, langwerpige lichaam en de meestal geringe lengte van enkele millimeters tot centimeters. Er zijn echter ook uitzonderingen die meer dan 10 meter lang kunnen worden, zoals de runderlintworm.
Wormen spelen een zeer belangrijke rol ecosystemen. Zij verwerken plantaardige en dierlijke resten en dragen bij aan de structuur in de grond. Dit bevordert het bodemleven. Tevens vormen zij een onontbeerlijke voedselbron voor andere dieren.

In dit dossier gaat het over wormen die schapen, geiten en runderen als gastheer gebruiken. Wat betreft de runderen ligt het zwaartepunt op runderen die extensief worden gehouden in natuurgebieden.

Levenscyclus van wormen

Wormen zijn tweeslachtig. Wel moeten ze paren om zich te kunnen voortplanten. De levenscyclus van de meeste soorten wormen is gelijk. Volwassen wormen in de gastheer leggen grote hoeveelheden eieren, die via de mest op het land komen.

Uit de eieren ontstaan een aantal larvale stadia. Het eerste larvale stadium wordt aangeduid met L1, het tweede met L2, enzovoort. De infectieuze larven kruipen in het gras omhoog en worden door de gastheer opgenomen. In de slijmvliezen van de lebmaag of de darm ontstaan uiteindelijk de volwassen wormen. De volwassen wormen paren, waarna ze grote hoeveelheden eieren gaan leggen (Haemonchus: tot 10.000 eieren per dag) die met de mest op het
weiland komen. Hiermee is de cyclus gesloten.

Bij warm en vochtig weer verloopt de ontwikkeling in het grasland van ei tot besmettelijke larve het snelst, ongeveer 2 weken. In het vroege voorjaar, bij koeler weer, duurt het tot wel 10 weken. Uit eitjes die in het late najaar op het weiland komen, ontwikkelen zich pas in het voorjaar de infectieuze larfjes. Ook eitjes die al langer op het land liggen kunnen onder gunstige omstandigheden gelijktijdig tot ontwikkeling komen, waardoor tegelijkertijd een grote hoeveelheid infectieuze larven ontstaat. Hierdoor kan in de zomer of in het najaar de besmettingsdruk hoog zijn.


Levende Have Magazine

Levende Have


EnquĂȘte

Dierenvideo

Opmerkingen over de website

Heeft u vragen en / of opmerkingen over de website klik dan Hier.


Wie zijn online?

Er zijn momenteel 0 gebruikers en 117 gasten online.

Nieuwe leden Levende Have

  • BlackLacey
  • dushiendonna
  • Verdellen
  • verzekeringen
  • gulina
  • korff069
  • henkbosscher
  • mechjansen