Wet- en regelgeving rond de zorgboerderij

Een zorgboerderij is geen vrijblijvende opvangplek voor hulpbehoevenden. Aan alle kanten gelden wetten en regels, ook voor heel kleinschalige zorgboerderijen: de Arbowet, de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gemeentelijke bestemmingsplannen, regels over juridische bedrijfsvormen … En hoe zit het met de verzekeringen voor aansprakelijkheid en rechtsbijstand?

Onderneming of stichting
Zorgboerderijen zijn in de regel zelfstandige ondernemingen, die moeten worden aangemeld bij de Kamer van Koophandel (KvK). Een zelfstandige zorgboerderij kan een eenmanszaak zijn, of een maatschap of vennootschap. De KvK (www.kvk.nl) kan adviseren welke bedrijfsvorm het beste bij de boerderij en bij de zorgboer(en) past.

Soms brengen boerenbedrijven hun zorgtak onder in een stichting. Ook kleine zorgboerderijtjes kunnen hiertoe besluiten. Voordeel is dat de zorgverlening op de boerderij in alles duidelijk gescheiden blijft van de rest van de commerciële activiteiten van het bedrijf. Ook kan er voor extra gelden een beroep worden gedaan op een goede-doelenfonds (zie ook ‘Fondsenwerving voor de zorgboerderij’). Nadeel kan zijn dat een stichting een maatschappelijk doel als grondslag moet hebben (bijvoorbeeld 'Dementerende ouderen een zinvolle dagbesteding geven') en geen winst mag maken. Een stichting moet verder een bestuur hebben dat mede bepaalt wat er op de boerderij gebeurt. De zorgboer verliest dus een deel van zijn zeggenschap. Ook worden aankopen van de stichting (denk aan de bouw van een nieuwe stal) eigendom van de stichting – en dus niet van de zorgboer.
Zelfstandige zorgboerderijen kunnen ook nog samenwerken in een overkoepelende stichting (of vereniging). Dit kan aantrekkelijk zijn omdat er dan in stichtingsvorm samengewerkt kan worden in bijvoorbeeld beleidsbepaling, opvang en vervanging bij ziekte en vakantie, gezamenlijke organisatie van cliëntenvervoer, etc.

Wet op de Ruimtelijke Ordening
Kan elke hobbydierhouder zomaar op zijn boerderij in het buitengebied een zorgboerderij beginnen? Nee. De Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) bepaalt wat er buiten de bebouwde kom mag komen en wat niet. De provincies geven hiervoor een globale richtlijn, de gemeentes een meer specifieke invulling: het gemeentelijk bestemmingsplan. De zorgboerderij moet dus passen binnen zo’n bestemmingsplan. Vaak is het nogal onduidelijk of dat zo is of niet, en is het afhankelijk van overleg met de gemeente of er toestemming wordt gegeven. Geplande verbouwingen en renovaties, doelgroepen van de zorgboerderij, gekozen type begeleiding (dagopvang, woonvoorziening), de ligging van de boerderij en het verwachte extra verkeer kunnen daarbij een rol spelen. Globaal kun je zeggen dat het voor bestaande boerenbedrijven gemakkelijker is een zorgboerderij te starten dan voor hobbydierhouders. Het perceel van de laatsten heeft immers meestal geen agrarische bestemming (meer), maar een woonbestemming. Aan de andere kant worden zorg en begeleiding niet gezien als ‘agrarisch gebruik’, dus ook (kleine) boerenbedrijven die een zorgtak willen beginnen moeten een overlegtraject in met de gemeente. Wijziging van het bestemmingsplan is voor de start van een kleine zorgboerderij echter meestal niet nodig, behalve als er ook overnachtingen worden aangeboden. Bij bestaande bedrijfsgebouwen worden vaak vrijstellingen verleend, maar die stellen dan wel weer eisen aan de inrichting. Bij nieuwbouw zijn altijd vergunningen vereist.
Houd er rekening mee dat het hele toestemmingstraject lang kan duren, niet alleen door alle procedures maar ook door belanghebbenden die bezwaar kunnen maken.

Arbo-verplichtingen
Alle werkgevers, dus ook de kleine zorgboer, zijn verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandigheden op hun bedrijf. Dat staat in de Arbowet. Ieder bedrijf moet daarom de risico’s voor gezondheid en welzijn in kaart brengen (of laten brengen). Dat gebeurt aan de hand van een Risico- Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Daarn staan de risico's van zaken als werken met gereedschappen, omgang met dieren, klimmen op de hooizolder, gevaar voor brand en ongevallen, (dier)ziekteoverdracht, etc. Ook heel kleine zorgboerderijen, waar alleen of bijna alleen de zorgboer zelf werkzaam is, zijn verplicht tot een RI&E. Speciaal voor zorgboerderijen heeft het Steunpunt Landbouw en Zorg (inmiddels overgegaan in de Stichting Verenigde Zorgboeren) een eigen RI&E voor zorgboerderijen ontwikkeld. Het gaat hierbij om de veiligheid in stallen en gebouwen, over richtlijnen en afspraken binnen het bedrijf, over sleutelbeheer, over het gebruik en onderhoud van machines en gereedschappen, over een calamiteitenplan, etc. Deze RI&E is inmiddels erkend door Stigas, preventie- en arbodienst voor de agrarische sector. Op www.landbouwzorg.nl is een digitale RI&E beschikbaar die de zorgboer offline kan invullen. Ook zijn hier data voor workshops RI&E te vinden. De RI&E moet worden getoetst door een Arbodienst. Voor kleine zorgboeren met minder dan 25 deelnemers en/of begeleiders per week voldoet een schriftelijke toetsing door een Arbo-deskundige.

Bedrijfshulpverlening
De Arbowet verplicht werkgevers ook om de bedrijfshulpverlening (BHV) goed geregeld te hebben. Een zorgboer moet bijvoorbeeld weten wat hij moet doen als er brand is of als iemand gewond raakt. Veel zorgboeren of mensen die zich op het zorgboerschap oriënteren hebben al een eerder behaald standaard BHV-diploma op zak. Voor de bedrijfshulpverlening op de zorgboerderij is dat niet genoeg, want de Arbowet zegt dat de BHV goed afgestemd moet zijn op de specifieke bedrijfsrisico’s. Een zorgboer kan aan de verplichtingen voldoen door na de RI&E enkele arbo-vervolgmodules of specifieke BHV-cursussen voor zorgboeren te volgen. Sommige regionale zorgboerderijkoepels stellen het volgen van BHV-cursussen voor hun leden verplicht. In samenwerking met de Verenigde Zorgboeren heeft Pro(t)action BHV-cursussen opgezet. Meer informatie: www.pro-t-action.nl.

Inspectie voor de Gezondheidszorg
Iedere zorgverlener – en dus ook de zorgboerderij – hoort goede en veilige zorg en begeleiding te bieden. De zorgboerderij kan hierop gecontroleerd worden door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Dat betekent dat de Inspectie aangekondigd of onaangekondigd langs kan komen. In een heel enkel geval gebeurt dat op basis van een klacht of overtreding. De zorgboer is hoe dan ook verplicht de inspecteur toegang te verlenen en netjes te woord te staan.

Aansprakelijkheidsverzekering
Een particuliere WA-verzekering is meestal niet voldoende voor de zorgboerderij. Zo’n particuliere verzekering dekt alleen de schade die de verzekerde – de zorgboer dus – veroorzaakt bij anderen, niet de schade die tijdens het werk wordt veroorzaakt. Zorgboeren die altijd al een boerenbedrijf hadden, hebben meestal een WA-verzekering voor agrarische bedrijven. Voor hobbyboeren die een zorgboerderij beginnen, is deze verzekering een aanrader. De aansprakelijkheidsverzekering voor agrarische bedrijven dekt de particuliere aansprakelijkheid én de bedrijfsaansprakelijkheid. Ook de werkgeversaansprakelijkheid is hiermee meestal gedekt, al is het verstandig om hier vooraf  goed naar te informeren bij de verzekeraar. In sommige polissen wordt de zorgtak van een boerenbedrijf namelijk niet beschouwd als deel van het bedrijf. Ook andere activiteiten op de zorgboerderij, bijvoorbeeld een winkeltje of een educatieruimte, kunnen buiten de normale polisvoorwaarden vallen. Sommige regionale zorgboerderijkoepels stellen de WA-bedrijfsverzekering voor hun leden verplicht. 
Wie als kleine zorgboer samenwerkt met een zorginstelling, komt naast zijn particuliere aansprakelijkheidsverzekering een heel eind met de collectieve aansprakelijkheidsverzekering die zorginstellingen voor hun cliënten afsluiten. Ook hier is verdieping in de voorwaarden noodzakelijk, omdat er allerlei uitsluitingen in de polis vermeld kunnen zijn. De belangrijkste daarvan is dat in sommige polissen staat dat de voorwaarden niet buiten de muren van de instelling gelden. Individuele deelnemers met een PGB hebben sowieso geen collectieve cliëntenverzekering via een zorginstelling. Er zijn wel collectieve verzekeringen voor PGB-houders, maar die is niet verplicht. Informeer dus vooraf bij PGB-deelnemers in hoeverre zij persoonlijk en collectief zijn verzekerd.

Rechtsbijstandverzekering
Een particuliere rechtsbijstandsverzekering is niet voldoende om geschillen tussen een zorgboerderij aan de ene kant en zorginstellingen of individuele deelnemers aan de andere kant op te lossen. Een bedrijfsrechtsbijstandverzekering is daarvoor noodzakelijk. In veel gevallen zullen kleinschalige zorgboeren zo’n (dure) verzekering niet afsluiten, maar zij kunnen dan dus ook geen beroep doen op rechtsbijstand als er niet wordt voldaan aan financiële of contractuele verplichtingen.

Overige verzekeringen
De schade die deelnemers aan de boerderij veroorzaken is vrijwel onverzekerbaar. Bij een riskante doelgroep is het slim vooraf bij een verzekeringsadviseur na te gaan in hoeverre dit risico toch te verzekeren is.


Bij de start van een zorgboerderij wordt meestal het een en ander geïnvesteerd in de boerderij, het erf en de (bij)gebouwen. Bij kleine zorgboeren verandert ook het gebruik van erf en gebouwen (van woon- naar werkfunctie). Meestal is dan een uitbreiding van de opstal- en de brandverzekering een must.

Er zijn enkele verzekeraars die een compleet verzekeringspakket speciaal voor zorgboeren aanbieden. Vraag ernaar bij uw verzekeraar.




Levende Have Magazine

Levende Have


Enquête

Dierenvideo

Opmerkingen over de website

Heeft u vragen en / of opmerkingen over de website klik dan Hier.


Wie zijn online?

Er zijn momenteel 1 gebruiker en 171 gasten online.

Online gebruikers

  • hendrikus

Nieuwe leden Levende Have

  • pncger
  • aratinga
  • hendrikus
  • Koppe628
  • huubbogaerts
  • koentje
  • hetconnybeter
  • Paul Kuijpers