Resistentie tegen ontwormingsmiddelen

Als de gevoeligheid voor een bepaald bestrijdingsmiddel sterk is afgenomen spreekt met van resistentie. Zo zijn sommige wormsoorten resistent geworden tegen bepaalde wormmiddelen.
In Nederland is er resistentie van Teladorsagia, Trichostrongylus en Haemonchus tegen de groep 1 producten (benzimidazoles). Onlangs is er ook resistentie gevonden van Trichostrongylus wormen tegen groep 2 producten (ivermectines). In o.a. Noord-Holland bestaat er resistentie van leverbot tegen triclabendazole (o.a. Tribex®, Fasinex®).

In andere landen, zoals Australië en Nieuw-Zeeland, bestaat er inmiddels op veel grotere schaal resistentie. Als we niet bewuster met wormmiddelen omgaan, zal dit in Nederland ook gebeuren. Deze paragraaf gaat nader in op de principes achter de ontwikkeling van resistentie. Als deze principes goed begrepen worden kan de ontwikkeling van resistentie worden tegengegaan.

Selectie op resistentie

Zelfs bij een wormbehandeling die juist is uitgevoerd worden niet alle wormen, die aan het middel zijn blootgesteld, gedood. Zo kan bijvoorbeeld 99% procent van de wormen zijn gedood en 1% kan in leven zijn gebleven. Juist de minder gevoelige wormen overleven de behandeling en planten zich voort. Er vindt selectie plaats op ongevoeligheid tegen een bepaald wormmiddel. Uiteindelijk zal dit leiden tot resistentie.

Schuilplaatsen (In refugia)

De totale populatie wormen bevindt zich in verschillende gedaanten op verschillende plaatsen:
• de larven in het L1, L2 en L3 stadium in het grasland
• de larven in het L3 en L4 stadium in het dier
• de volwassen wormen in het dier
• de eieren in de mest
Na toediening van een wormmiddel wordt slechts een bepaald deel van de populatie aan het middel blootgesteld. Meestal zijn dit de volwassen wormen in het dier en bij sommige wormmiddelen ook de L3 en L4 larven in het dier. Het deel van de populatie dat niet aan het wormmiddel wordt blootgesteld wordt bevindt zich 'in refugia' (Latijn voor schuilplaatsen).

Ontwikkeling nieuwe populatie na wormbehandeling
Na de wormbehandeling ontwikkelt zich een nieuwe populatie wormen. Dit kan zijn:
  • vanuit de wormen (of larven) die aan het wormmiddel zijn blootgesteld, maar deze behandeling hebben overleefd. Dit zijn de resistente wormen.
  • vanuit het deel van de populatie dat niet aan het wormmiddel is blootgesteld, de 'in refugia' populatie. Deze populatie bestaat voor het grootste deel uit niet-resistente wormen.
Als de in refugia populatie relatief klein is, dan zal de nieuwe populatie wormen zich vooral ontwikkelen uit de groep wormen die de behandeling heeft overleefd. Dit bevordert de ontwikkeling van een resistente
populatie. Vooral het ontwormen van de ooien bij het aflammeren kan de resistentie van de Haemonchus in de hand werken. Deze worm overwintert in het dier, zodat de in refugia populatie op dat moment zeer klein is.

Vergroting van de ''in refugia'' populatie
Door vergroting van de in refugia populatie kan de ontwikkeling van resistentie worden tegengegaan. Sla bij een behandeling 2 tot 5% van de dieren met een minimum van 1 dier over. Kies hiervoor gezonde oudere ooien, die bij voorkeur een eenling hebben gehad of niet hebben gelammerd. Kies bij lammeren hiervoor de beste lammeren. Het onbehandeld laten is met name van belang bij het plaatsen van de dieren op een veilige weide.

Op deze manier wordt bereikt dat het aandeel van de niet-resistente wormen, die niet aan een behandeling zijn blootgesteld, bij de ontwikkeling van de nieuwe populatie vergroot
wordt.

Wisselen van wormmiddelen
De ontwikkeling van resistentie kan ook worden tegengegaan door regelmatig van wormmiddel te wisselen. Wormen die resistent zijn geworden tegen het ene middel zijn nog wel gevoelig voor een ander middel. Afwisselen moet zodanig plaats vinden dat niet dezelfde generatie wormen aan twee verschillende wormmiddelen wordt blootgesteld. Dit werkt resistentie tegen meerder soorten wormmiddelen in de hand (multi-resistentie). Bij sommige wormen komen twee of drie generaties per jaar voor. Als er meerdere keren per jaar wordt ontwormd dan is het onverstandig om iedere keer een ander middel te gebruiken.

De brochure 'Bestrijding worminfecties bij schapen' beveelt aan om jaarlijks van wormmiddel te veranderen. Het gaat erom dat de werkzame stoffen wisselen. Dit houdt in dat er gewisseld moet worden tussen een wormmiddel uit groep 2 en een middel uit groep 3. Middelen uit groep 1 komen niet in aanmerking omdat daar al resistentie tegen is ontwikkeld.

Voorkoming van de insleep van resistente wormen

  • Doe alle nieuwe dieren eerst in quarantaine; stal ze apart op.
  • Ontworm de dieren met zowel een middel uit groep 3 als met levamisole (groep 2). Geef de producten meteen na elkaar maar niet tegelijk, bijvoorbeeld een persoon geeft een ivermectine de andere persoon geeft de levamisole.
  • Controleer eventueel 14 dagen na behandeling via mestonderzoek of de ontwormingskuur geholpen heeft. Daarna kunnen de dieren uit quarantaine
  • Indien u afziet van mestonderzoek adviseren wij met klem om de schapen na behandeling 48 uur apart te houden en de dieren hierna op een besmette weide uit te scharen, en ze hier voor 3 weken te houden.
  • Het strooisel van de quarantainestal mag niet op de wei komen.
Samenvatting
De ontwikkeling van resistentie kan op de volgende manieren worden tegengegaan:
  • Zo min mogelijk ontwormen, alleen als het nodig is. Elke behandeling is een selectie op resistentie. Beoordeel of een groep dieren behandeld moeten worden aan de hand van de graasgeschiedenis en de uitslag van een mestonderzoek.
  • Voorkom onderdosering. Weeg de dieren. Beter wat overdoseren dan onderdoseren. Geiten moeten tweemaal de voor schapen voorgeschreven dosering hebben.
  • Sla bij het behandelen van een koppel 2 tot 5% (met een minimum van 1) van de dieren over.
  • Wissel jaarlijks van wormmiddel. Het ene jaar een middel uit groep 2 en het andere jaar een middel uit groep 3.
  • Voorkom insleep van resistente wormen door aangevoerde dieren in quarantaine te zetten en te behandelen met zowel een middel uit groep 2 als een middel uit groep 3.



Levende Have Magazine

Levende Have


Enquête

Dierenvideo

Opmerkingen over de website

Heeft u vragen en / of opmerkingen over de website klik dan Hier.


Wie zijn online?

Er zijn momenteel 0 gebruikers en 131 gasten online.

Nieuwe leden Levende Have

  • BlackLacey
  • dushiendonna
  • Verdellen
  • verzekeringen
  • gulina
  • korff069
  • henkbosscher
  • mechjansen