Mestonderzoek
Dossier
Een internationaal aanvaarde standaard is de McMaster procedure. Omdat bij schapen en geiten het gemiddeld besmettingsniveau in de kudde belangrijker is dan de mate van wormbesmetting van een individueel dier gebruikt men gemengde mestmonsters. Van tenminste 10 maar bij voorkeur 15 dieren wordt mest verzameld en als mengmonster opgestuurd.
Mengmestmonsters moeten van gelijksoortige dieren worden genomen: lammeren, volwassen ooien, overlopers etc, Het heeft weinig zijn om gemengde mest van lammeren en ooien in te sturen. Immers de besmetting van de lammeren wordt onderschat, die van ooien overschat.
De uitslag van een wormeitelling geeft een goede indicatie hoe hoog de wormbesmetting in de groep is en in welke mate er besmetting van het weiland plaats vindt. De meeste laboratoria geven een advies over het al dan niet ontwormen van de dieren aan de hand van het EPG, gecombineerd met de antwoorden van een ingevulde vragenlijst, die met het mestmonster wordt meegestuurd.
De Faecal Egg Count Reductie Test (FECRT)
Om te weten of een behandeling werkelijk heeft geholpen kan de Faecal Egg Count Reductie Test (FECRT) uitgevoerd worden. Er worden dan 2 mestmonsters op verschillende tijdstippen ingezonden. In de FECRT wordt het aantal wormeitjes geteld van een mestmonster genomen net voor een ontwormingsbehandeling. Deze uitslag wordt vervolgens vergeleken met het aantal eitjes in een tweede mestmonster, dat op een voorgeschreven interval na behandeling genomen is. Deze test wordt ook gebruikt om te bepalen of er sprake is van wormresistentie bij de dieren.












