Kosten en baten van de zorgboerderij
Dossier
Slapend rijk worden door de start van een zorgboerderij: het geld stroomt binnen en extra handen doen het boerderijwerk. Dat idee valt in de praktijk vies tegen. Zorgboeren in spe verkijken zich er nogal eens op dat de begeleiding van de deelnemers veel meer tijd en geld kost dan oplevert. Bovendien is het niet eenvoudig om het administratieve en financiële plaatje rond te krijgen.
Grotendeels is het oerwoud aan financieringsmogelijkheden te verklaren uit de vele doelgroepen die voor werk op een zorgboerderij in aanmerking kunnen komen; de mate van begeleiding kan uiteenlopen van bijna geen tot zeer intensief. Sommige zorgboerderijen bedienen meerdere soorten doelgroepen en ontvangen hiervoor geld uit verschillende potjes. De financiering is ook afhankelijk van de positie van de begeleiders. Die kunnen bijvoorbeeld in vaste dienst zijn van een zorginstelling, een vergoeding ontvangen van een zorginstelling of van de zorgboer, betaald worden vanuit een persoonsgebonden budget of via een eigen bijdrage van deelnemers, etc.
AWBZ
De meeste vergoedingen voor zorg en begeleiding op de zorgboerderij komen uit de geldpot voor langdurig zieken, ouderen en mensen met een beperking: de AWBZ oftewel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) bepaalt of iemand recht heeft op zorg, en zo ja op welke zorg. Daarbij zijn diverse mogelijkheden (zorgfuncties): een cliënt kan recht hebben op begeleiding (individueel of groeps-), persoonlijke verzorging, huishoudelijke hulp, verpleging, behandeling en/of verblijf (wonen). Meer over de verschillende zorgfuncties op www.ciz.nl. Als iemand één of meerdere indicaties voor zorgfuncties heeft, dan kan hij zelf zorg of begeleiding voor inkopen via zijn persoonsgebonden budget (PGB) of hij kan kiezen voor ‘zorg in natura’.
Zorg in natura
Zorg in natura wil zeggen dat de zorg die een deelnemer van een de zorgboerderij ontvangt, rechtstreeks door de zorgverzekeraar aan de zorgverlener wordt vergoed. De deelnemer zelf betaalt dan alleen een eventuele eigen bijdrage. Sinds 2003 moeten zorgboerderijen die zorg in natura willen leveren per zorgfunctie een AWBZ-toelating aanvragen.
Het aantal zorgboerderijen met een eigen AWBZ-toelating is de afgelopen jaren flink toegenomen. Het gaat daarbij meestal om de wat grotere zorgboerderijen. Kleinere boerderijen zónder eigen AWBZ-toelating kunnen overigens ook zorg in natura bieden, maar dan via een AWBZ-toegelaten zorginstelling waarmee hierover een contract is gesloten.
In de praktijk gaan AWBZ-toelatingen vooral om de zorgfunctie begeleiding (individueel of groeps-). Voor medische zaken die onder de functie verpleging vallen (medicijnen toedienen, wondverzorging, injecties geven) moet dan altijd de hulp van een gediplomeerde en in het BIG-register opgenomen verzorgende of verpleegkundige worden ingeroepen.
De hoogte van de zorg in natura-vergoedingen wordt bepaald door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Meer informatie hierover op www.nza.nl.
PGB
De meeste zorgboerderijen, en zeker de kleintjes, krijgen hun inkomsten via de persoonsgebonden budgetten (PGB’s) van hun deelnemers. Met een persoonsgebonden budget (PGB) bepaalt een zorgbehoevende helemaal zelf (of zijn familie doet dat) waar hij zijn zorg of begeleiding wil inkopen, bijvoorbeeld bij een zorgboerderij. Dat hoeft geen AWBZ-erkende/toegelaten zorgboerderij (zie hierboven) te zijn, als er tussen cliënt en zorgboer maar een contract wordt afgesloten waarin precies staat welke begeleiding tegen welke voorwaarden en tegen welk tarief wordt gegeven. Eigenlijk is dat een soort arbeidscontract, waarbij de PGB-houder de zorgboer ‘loon’ betaalt. Zonder zo’n contract mag de PGB-houder niets betalen aan een zorgboer. Voorbeeldovereenkomsten zijn te vinden op www.pgb.nl.
Het is ook nog van belang hoeveel uren in het contract tussen boer en deelnemer worden opgenomen. Als dat maximaal twee dagen per week en maximaal negen uur per dag is, valt de zorgboer onder de zogenoemde ‘tweedagenregeling’. Dat betekent dat de PGB-houder geen heffingen hoeft in te houden over het ‘loon’ dat hij de zorgboer betaalt, dat de zorgboer zelf aangifte doet voor de belastingen en dat hij niet verplicht verzekerd is (sociale verzekeringswetten). In de meeste gevallen zal dit aantrekkelijk voor de zorgboer zijn.
Een cliënt kan een PGB aanvragen voor de AWBZ-zorgfuncties persoonlijke en huishoudelijke verzorging, begeleiding (groeps- en individueel), verpleging en kortdurend verblijf (vakanties, weekends). Een zorgboerderij die zich richt op PGB-houders kan dus geen woonmogelijkheid aanbieden.
Jaarlijks worden nieuwe PGB-bedragen toegekend voor de verschillende soorten van zorg en/of begeleiding. De vergoedingen worden ingedeeld naar zorgfunctie. Alle tarieven zijn te vinden op www.pgb.cvz.nl.
Gemeente/WMO
Een deel van de AWBZ is sinds kort overgeheveld naar de gemeenten via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Welke gevolgen dit precies heeft, wordt naar verwachting pas volgend jaar helemaal duidelijk. Cliëntenorganisaties zijn bang dat veel zorg en begeleiding die onder de AWBZ wel vergoed werd, onder de nieuwe WMO in de knel komt. Met name de dagopvang van ouderen zou onder druk komen te staan.
Instelling als financier
Na de PGB-financiering is financiering via een zorginstelling het vaakst van toepassing op zorgboerderijen. De zorgboerderij is dan een zelfstandig bedrijf, maar werkt in een soort onderaannemerschap samen met een instelling. In een samenwerkingsovereenkomst worden alerlei afspraken opgenomen over bijvoorbeeld financiën, werkzaamheden en begeleiding, overlegmomenten, verslaglegging, verantwoordelijkheden, aansprakelijkheden en verzekeringen.
In veel gevallen worden de boer en de boerderij gehuurd door de zorginstelling. Er zijn daarbij allerlei mogelijkheden, ook tegelijkertijd, die vastgelegd kunnen worden in afzonderlijke contracten. Vaak wordt bijvoorbeeld een langlopende huurcontract voor de gebouwen aangegaan, los van een contract over de vergoeding van vervoers-, maaltijd-, energie- en andere (on)kosten, en ook los van een uren- of dagdelencontract voor de begeleiding door de zorgboer.
Bij alle contracten tussen zorginstelling en zorgboer moet duidelijk zijn dat het niet gaat om een dienstverband. Dat voorkomt dat de Belastingdienst het contract aanziet voor een arbeidscontract in vaste dienst, en dan moeten er premies en loonbelasting worden afgedragen. Wie dat wil voorkomen, kan een VAR-verklaring aanvragen. Daarmee geeft iemand aan dat hij zelfstandig ondernemer is. De VAR-verklaring is aan te vragen op deze pagina van de Belastingdienst.
Sommige zorgboeren kiezen echter juist wél voor een dienstverband bij een zorginstelling. In dat geval ligt de verantwoordelijkheid volledig bij de zorginstelling en weet de boer precies waar hij financieel aan toe is. Hij wordt voor een bepaald aantal uren per week in dienst genomen door de zorginstelling, en daarnaast ontvangt hij een onkostenvergoeding en huur voor gebruik van erf, stallen en binnenruimtes.
BTW-vrijstelling
Boerenbedrijven met een zorgtak zijn vrijgesteld van BTW-heffing. Dat is vastgelegd in de Wet op de Omzetbelasting. Zorgboerderijen hoeven dus geen BTW af te dragen over het geld dat zij van de deelnemers ontvangen. Dat heeft de overheid zo geregeld als stimulans: het maakt de diensten van de zorgboerderij goedkoper voor de deelnemers. Andersom mogen zorgboerderijen met een BTW-vrijstelling ook geen BTW terugvragen bij de Belastingdienst voor hun uitgaven.
BTW-vrijstelling geldt alleen als zorgboerderijen een contract hebben met een gemeente, AWBZ-erkende instelling, uitkeringsinstantie of met een of meerdere PGB-houders. En daarnaast zegt de wet dat de vrijstelling alleen zorgboerderijen betreft die ook boerenbedrijf zijn. Voor zorgboerderijen die geen agrarische productietak (meer) hebben, en dus ook voor zorgboerderijen die zijn ontstaan uit een hobbyboerderij, is BTW-vrijstelling echter vaak ook mogelijk. Er mag dan op de zorgboerderij geen sprake zijn van winstoogmerk of oneerlijke concurrentie, maar er kunnen ook andere voorwaarden worden gesteld. Bij de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl) of bij de Stichting Verenigde Zorgboeren (www.landbouwzorg.nl) kunnen zorgboeren checken of hun zorgboerderij aan de voorwaarden voor BTW-vrijstelling voldoet.
De BTW-vrijstelling is alleen van toepassing op de zorgtak van het bedrijf, dus nooit voor andere economische activiteiten op de boerderij. De ontvangen gelden uit bijvoorbeeld een winkeltje of kampeerterrein en de eventuele ‘normale’ inkomsten uit agrarische bedrijfsvoering zijn dus niet vrijgesteld van BTW. Dat houdt automatisch in dat zorgboerderijen een gescheiden administratie moeten voeren over de zorgtak van hun bedrijf.





