FAQ's over Q-koorts van en voor hobbymatige en kleinschalige houders van schapen en geiten

Dossier

Wat zijn de specifieke risico’s voor de kleinschalige, hobbymatige houders? Waar moet je op letten? Wat kun je doen? Wij gaan hier in op de vragen die er leven bij hobbymatige en kleinschalige houders van schapen en geiten. Voor algemene informatie (symptomen, e.d.) verwijzen we naar de wiki over Q-koorts.

1.    Waar liggen de risicogebieden?

Op de zogeheten vlekkenkaart staan de risicogebieden aangegeven. Dat wil zeggen: er zijn cirkels van 5 km getrokken rond bekend besmette bedrijven. In de bijlage bij de vlekkenkaart zijn ook de adressen van de in 2009 en 2010 besmette bedrijven te vinden. Er komen nog steeds besmette bedrijven bij, ook al is het aantal zeer beperkt..

2.    Welke extra risico’s lopen kleinschalige houders op een besmetting van hun dieren of van zichzelf?
Besmette dieren vormen het grootste risico op het verspreiden van de bacterie, als ze aflammeren of verwerpen. De meeste mensen worden niet ziek als ze besmet raken, een klein percentage wel en daarvan kampt weer een klein deel met ernstige verschijnselen. Ongeveer 20% van de Q-koorts patiënten kwam in 2009 in het ziekenhuis terecht. Hartpatiënten met klepgebreken en vaatwandbeschadigingen en zwangere vrouwen lopen theoretisch extra risico maar of zich bij deze risicogroepen tot nu toe in Nederland ook problemen hebben voorgedaan is niet bekend.

3. Is mijn geit of schaap besmet met Q-koorts?
Hoe klein (of groot) die kans is, weten we niet. Je kunt je dieren laten testen. Dergelijk onderzoek zou dan geregeld moeten plaatsvinden, omdat een niet-gevaccineerd dier dat vandaag vrij is van de Q-koorts bacterie, morgen een besmetting kan oppikken. Een eenmalige test geeft slechts schijnzekerheid. Bovendien geven tests nogal wat vals-negatieve uitslagen.

Als je je dieren laat vaccineren, kan het zijn dat ze al besmet zijn. Dit betekent dat je altijd hygiënemaatregelen moet treffen. Heb je het vermoeden dat je dier al besmet was voor vaccinatie, handel dan bij het aflammeren volgens het advies bij vraag 7 en 8.
Wordt er na een verwerping Q-koorts vastgesteld, dan is het niet verplicht de dieren te euthanaseren. Voor een antwoord op de vraag wat te doen is meer informatie nodig over de specifieke situatie:

  • Gaat het om een dier dat heeft verworpen en dus niet drachtig meer is?
  • Hoe lang geleden is er sprake geweest van aflammeren/verwerpen?
  • Heb je het hygiëneprotocol gevolgd? (zie Voorzorgsmaatregelen bij aflammeren en verwerpen)
  • Heb je verder nog drachtige dieren of niet?
  • Welke mensen komen er in aanraking met de besmet verklaarde dieren
  • Zijn er mensen uit risicogroepen in je directe omgeving?
  • Hoe is je fokbeleid?
  • Wil je het besmette dier graag aanhouden? Ben je in dat geval bereid het dekken een jaar over te slaan?

Met het antwoord op deze vragen kun je een inschatting maken van het risico voor mensen in je omgeving. Daarbij is het goed te bedenken dat in een met Q-koorts besmet gebied al vele miljarden bacteriën verspreid zijn. Daarom is de afweging vooral afhankelijk van je directe eigen omgeving. Als er geen drachtige dieren zijn, zijn er geen gezondheidsredenen (mensen) om dieren te euthanaseren. Bij de aanwezigheid van drachtige dieren hangt de afweging van de situatie af. Het blijft een persoonlijke afweging.

Bedenk wel dat het vaccineren van een besmet dier niet zinvol is en dat het ministerie van LNV adviseert: niet gevaccineerde dieren niet laten dekken.

4.  Hoe kan ik een besmetting voorkomen van mijn dieren?
Door vaccinatie tegen Q-koorts neemt het risico op besmetting aanzienlijk af. (zie artikel vaccinatie tegen Q-koorts). Volgens de bijsluiter bij het vaccin mogen drachtige dieren niet gevaccineerd worden omdat de fabrikant het vaccin voor drachtige dieren niet heeft geregistreerd. Het is echter bekend dat in de praktijk drachtige dieren worden gevaccineerd zonder nadelige gevolgen. Het is dan ook de individuele verantwoordelijkheid van de dierenarts en de dierhouder om de afweging te maken om drachtige dieren te vaccineren en in individuele gevallen af te wijken van de richtlijn om de bijsluiter te volgen. Daarbij moet als kanttekening worden geplaatst dat het vaccineren van drachtige dieren niet per definitie leidt tot het beperken van de kans om besmet te raken. Bij een drachtig dier is het beschermend effect van vaccinatie uitermate gering.

Drachtige dieren die besmet zijn, vormen bij het aflammeren het grootste risico op verspreiding van de Q-koorts bacterie. Een reeds besmet en daarna  gevaccineerd drachtig dier scheidt namelijk nog steeds Q-koorts bacteriën uit bij het aflammeren. Gebleken is wel dat op gevaccineerde bedrijven de uitscheiding van bacteriën afneemt.

De houder kan eventueel vóór de vaccinatie zijn dieren laten testen. Er zijn tests waarmee kan worden vastgesteld of dieren de bacterie uitscheiden. Omdat de uitscheiding van bacteriën niet gelijkmatig verloopt, kan het zijn dat er sprake is van vals-negatieve uitslagen. Er is bloedonderzoek mogelijk, maar dat toont alleen eventuele antistoffen aan. Elk dier dat ooit een besmetting heeft doorgemaakt, draagt antistoffen bij zich. De aanwezigheid van antistoffen wil echter niet zeggen dat het dier op dat moment besmet is met de Q-koorts bacterie.
Bedenk bovendien dat Q-koorts een aangifteplichtige ziekte is voor melkschapen- en melkgeitenbedrijven. Wordt op die bedrijven Q-koorts vastgesteld, dan worden de bedrijven besmet verklaard. 
Voor vaccinatie kan men zich aanmelden bij de GD (zie ook hoofdstuk Vaccinatie Q-koorts in dit dossier).

5. Hoe lang duurt het voordat een dier immuniteit heeft opgebouwd?
Dat is nog onbekend maar in de regel zal een dier twee weken na de tweede vaccinatie zijn beschermd. Het zal zeker per individueel dier verschillen. Elk dier gaat op unieke wijze om met alles wat op hem/haar af komt. Zo ook met ziektekiemen. Ter illustratie: niet alle aanwezige dieren op besmette bedrijven zijn besmet, hoewel de mogelijkheid om besmet te raken er duidelijk wel is. Dat heeft ook te maken met erfelijke gevoeligheid versus erfelijke “weerstand”.
Niet iedere blootstelling betekent dus dat een dier besmet raakt.
Immuniteit is lastig meetbaar. Bij de Q-koorts bacterie is niet alleen de hoeveelheid antistoffen (=titer) van belang. Er bestaat bij veel ziektekiemen tevens/daarnaast een weerstand op basis van een “celgebonden” immuniteit die niet meetbaar is maar wel degelijk de weerstand (mede) bepaalt. Onderzoek moet uitwijzen hoe lang na vaccinatie de immuniteit op peil is: dieren zullen met opzet besmet moeten worden om vervolgens te kijken wat er gebeurt. 

6. Heeft het  zin om besmette dieren te vaccineren?
Het vaccin “lijkt” waterdicht, als het gaat om het voorkomen van een besmetting van een nooit eerder besmet dier. Ga je een besmet dier vaccineren, dan blijft de besmetting aanwezig. Het vaccin is niet in staat een besmet dier te ''reinigen''. Toch wordt algemeen aangeraden om op een bedrijf alle aanwezige dieren in te enten, onafhankelijk van de mate van besmetting en bescherming.

7.    Hoe moet ik handelen tijdens het verwerpen?
Er zijn besmettelijke en niet-besmettelijke oorzaken van verwerpen bij schapen en geiten. Naast de Q-koorts bacterie is er nog een aantal andere ziekteverwekkers die verwerpen bij schapen en geiten kunnen veroorzaken en ook een risico voor de mens kunnen zijn. Het advies is daarom om bij een verwerper de dierenarts in te schakelen en in onderling overleg te bepalen of het zinvol is om de oorzaak van het verwerpen vast te laten stellen. Bedenk dat Q-koorts een meldingsplichtige ziekte is voor de mens en voor melkschapen- en melkgeitenbedrijven.

Voor alle verwerpers gelden de volgende adviezen:

  • De verworpen vruchten en nageboorten (die niet ingestuurd worden voor onderzoek) dienen aan de Rendac ter destructie te worden aangeboden en tot die tijd goed afgeschermd opgeborgen te worden. Vrucht en nageboorte niet laten opdrogen. Vruchtwater(-damp) bevat een enorme hoeveelheid bacteriën, dus zo snel mogelijk afdekken en met strooisel en al in een afgesloten plastic zak bewaren. Bij het hanteren van de vruchten en nageboortes altijd handschoenen en mondkapje dragen. En daarna grondig handen en kleding wassen.
  • De ondergrond van abortus goed reinigen en ontsmetten of eventueel wegwerp materiaal gebruiken als ondergrond zoals plastic. De Q-koorts bacterie is resistent tegen veel bekende ontsmettingsmiddelen. Op de website van het RIVM staan twee standaard methoden beschreven om oppervlakten en instrumenten te desinfecteren.
Zie verder Voorzorgsmaatregelen tijdens aflammeren

8.    Hoe moet ik handelen tijdens het aflammeren?
In de risicogebieden kun je niet helemaal uitsluiten dat er besmette dieren zijn. Zelfs een test is een momentopname. Neem voorlopig het zekere voor het onzekere en houd de adviezen aan die gelden voor verwerpers. 
Zie verder Voorzorgsmaatregelen tijdens aflammeren

9. Mag ik een kinderboerderij bezoeken?
Ja, op kindreboerderijen worden extra voorzorgsmaatregelen getroffen. Sinds 2010 zijnalle schapen en geiten op kinderboerderijen in Nederland gevaccineerd. Het risico op besmetting is daardoor veel kleiner, maar niet nul. Zorg daarom voor goede hygiëne als u een kinderboerderij bezoekt. Kinderboerderijen hebben een hygiënecode en sinds kort is er ook een keurmerk zoönosen (ziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan) voor kinderboerderijen.

10. Wat moet ik doen bij een vermoeden van besmetting?

Een drachtig dier dat besmet is, vormt bij het aflammeren/verwerpen een risico voor de gezondheid van de mens. Wie vermoedt dat een vrouwelijk fokdier is besmet, zal met deze geit of ooi dus niet verder  fokken, noch het dier aan een ander verkopen.

13. Kan ik bezoekers toelaten bij mijn geiten/schapen?
Het antwoord op deze vraag is het resultaat van een persoonlijke afweging. Zeker in de lammertijd zijn houders van schapen en geiten doorgaans voorzichtig met het toelaten van bezoekers, omdat er altijd kans is op besmetting met een zoönose. Bekend zijn onder andere listeriose, toxoplasmose en chlamydophilose als riskante aandoeningen voor zwangere vrouwen. Q-koorts komt ook al veel langer voor, maar is nu wijd verspreid. Daarom is het goed mensen uit risicogroepen, zoals zwangere vrouwen en mensen met hartklepproblemen, uit de buurt van schapen en geiten te houden. U kunt uw dieren laten testen. Dergelijk onderzoek zou dan geregeld moeten plaatsvinden, omdat een niet-gevaccineerd dier dat vandaag vrij is van de Q-koorts bacterie, morgen een besmetting kan oppikken. Een eenmalige test geeft slechts schijnzekerheid.

11. Welke voorzorgsmaatregelen moet ik treffen als ik (een houder van) geiten in een besmet gebied wil bezoeken?
Als het gaat om geiten die niet getest zijn op Q-koorts en ook niet gevaccineerd zijn, is er een bepaald risico op een besmetting met Q-koorts en kunt u maar beperkt maatregelen nemen om besmetting met Q-koorts te voorkomen, omdat de bacterie door de lucht kan verspreiden. Wel kunt u het risico verkleinen door direct contact met dieren en dierlijke materialen (mest, nageboortes, etc.) te vermijden. Bent u wel in direct contact geweest met dieren of dierlijke materialen, dan is het verstandig voor uw eigen gezondheid en die van uw dieren, om zowel uw kleren als uw handen goed te reinigen.

12. Ik heb geiten gekocht in een gebied met Q-koorts. Kan ik deze ophalen?
De vaccinatiecampagne heeft het aantal besmettingsgevallen drastich beperkt. Niettemin komt de Q-koortsbacteri nog voor, in het milieu en bij dieren. U kunt aan de verkoper vragen of bekend is of bij de dieren de Q-koortsbacterie is aangetroffen. Mocht dit onbekend zijn, dan kunt u de dieren laten testen voordat u ze in contact brengt met uw eigen dieren. U kunt ook informeren of de geiten voordat ze drachtig werden gevaccineerd zijn.

13. Kan ik met mijn geiten en schapen naar de keuring of tentoonstelling?
Geadviseerd wordt alleen met schapen en geiten die zijn gevaccineerd tegen Q-koorts naar een keuring of tentoonstelling te gaan. Hou er rekening mee dat de dieren de eerste keer twee maal gevaccineerd moeten worden en pas twee weken na vaccinatie beschermd zijn.
Schapen en geiten die langer dan vier maanden drachtig zijn, kunnen beter niet naar een keuring of ander evenement. Schapen en geiten die in de twee weken voorafgaand aan de keuring hebben afgelammerd kunnen eveneens beter thuis blijven. 
Een vaccinatieplicht geldt voor dieren op locaties waar schapen en geiten worden gehouden die zijn opengesteld voor publiek, met het oogmerk om direct contact tussen publiek en dieren mogelijk te maken. 

Voeg je eigen vragen toe via de vraagbaak van Levende Have




Levende Have Magazine

Levende Have


Enquête

Dierenvideo

Opmerkingen over de website

Heeft u vragen en / of opmerkingen over de website klik dan Hier.


Wie zijn online?

Er zijn momenteel 1 gebruiker en 71 gasten online.

Online gebruikers

  • Van t Land

Nieuwe leden Levende Have

  • Renate de Boer
  • Safira
  • pncger
  • aratinga
  • hendrikus
  • Koppe628
  • huubbogaerts
  • koentje