Q koorts bulletin juni 2009

Klik voor actuele informatie op Q-koorts dossier

Onderzoekers van het Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR (CVI) hebben voor het eerst in Nederland de Q-koortsbacterie geïsoleerd uit de nageboorte van een geit. Met de isolatie van de Q-koorts bacterie, Coxiella burnetii, hebben onderzoekers nu de bacterie in handen die de Q-koortsproblemen bij mensen en dieren in Nederland veroorzaakt.

Het is nu mogelijk de eigenschappen van de bacterie beter te bestuderen en bijvoorbeeld te onderzoeken hoe lang de bacterie in de omgeving overleeft. Ook zal het genetisch materiaal van deze in Nederland voorkomende bacteriestam worden gekarakteriseerd. Dit zal meehelpen te verklaren waarom er zich nu problemen voordoen met Q-koorts. Door achterliggende mechanismen te doorgronden kan Q-koorts gerichter en beter bestreden worden.

De bacterie is geïsoleerd uit de nageboorte van een geit. De nageboorte is door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) ter beschikking gesteld. Onderzoekers van het CVI hebben de isolatie van deze intracellulaire bacterie uitgevoerd op cellijnen. Na een groeiperiode is Coxiella burnetii aangetoond door middel van een Immuun Fluorescentie Test  (IFT). Op foto 1 is de felgroen gekleurde C. burnetii te zien bij een vergroting van 100x. Op foto 2 bij 400x. De rode vlekken zijn de celkernen van de cellijn.

De isolatie van de Q-koortsbacterie, Coxiella burnetii, is onderdeel van de onderzoeksprojecten die gestart zijn om Q-koorts bij mensen en dieren in Nederland te bestrijden. Het CVI werkt daarin samen met de GD, het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), het CWZ (Canisius Wilhelmina Ziekenhuis) en met internationale partners. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Ministeries van LNV en VWS.

Bron: Centraal Veterinair Instituut

Verloop epidemie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 2009 zijn tot week 26 ruim 1400 ziektegevallen van Q-koorts gemeld in Nederland. De meldsnelheid (tijd tussen eerste ziektedag en melding in Osiris) is hoger dan in 2008, door verbeterde diagnostische methoden (met name het gebruik van PCR). De meldingen zijn verspreid over het hele land, met een concentratie in het noordoosten en in het zuidoosten van Brabant.

Q-koorts werd in Nederland tot 2007 beschouwd als een zeldzaam ziektebeeld. In Noord-Brabant is mede vanwege de uitbraak van 2007 en 2008 een verhoogde alertheid, waardoor zowel huisartsen als specialisten rekening houden met Q-koorts in hun differentiaaldiagnose. Mogelijk is dit in andere delen van Nederland minder het geval. Niettemin is het opvallend dat rond nieuwe positieve bedrijven in Twente en West-Brabant geen humane ziektegevallen worden gezien.

Het aantal ziekenhuisopnames van de gemelde ziektegevallen van Q-koorts ligt globaal op het zelfde niveau als in 2008 (24% in 2009 en 20% in 2008). Er is dus geen reden aan te nemen dat de stijging te verklaren is door het zoeken naar Q-koorts bij mildere ziektegevallen. Ook dit jaar worden vooral mannen tussen de 40 en 65 jaar ziek van Q-koorts.

Stand van zaken veterinair
In 2008 was Q-koorts in zuidelijk Nederland een relatief groot medisch probleem geworden, dat krachtige preventieve maatregelen noodzakelijk maakte. Hierna zijn er veterinaire maatregelen afgekondigd zoals een meldingsplicht (bij meer dan 5 % abortussen), een toegangsbeperking voor positieve bedrijven, mesthygiënebeleid voor alle geiten- en schapenbedrijven en verplichte vaccinatie van dieren in het uitbraakgebied.
In 2009 zijn er tot op heden 4 geitenbedrijven met Q-koorts gemeld. (Twente, 2 bedrijven, West-Brabant en Zuid-Limburg). Dat maakt een totaal van 28 bedrijven waar sinds 2005 een microbiologische abortusstorm door Coxiella voorkwam. Wat zich in de voorafgaande jaren heeft voorgedaan is onbekend.

Q-koorts veroorzaakt bij herkauwers weinig verschijnselen. Infectie tijdens de dracht leidt tot verwerpingen (miskramen), met name bij geiten. Onderzoek in 2008 onder een in 2007 besmet bedrijf toonde aan dat de besmetting ook zonder abortusproblematiek persisteert en leidt tot uitscheiding van de bacterie. Mede gezien de lange overleving van Coxiella in het milieu, de voortplantingscyclus van de geiten kan het nog een tijd duren voor een effect van de maatregelen waarneembaar is.

Hypothese
Hoe zijn -ondanks de maatregelen- de enorme aantallen zieken te verklaren? De hypothese van deskundigen is omgeven met onzekerheden maar zijj blijven werken vanuit de gedachte dat in zuidelijk Nederland de laatste jaren de omgeving zo zwaar belast is met Coxiella dat bij gunstig weer Coxiella opwaait en aerogeen verspreid wordt. Daarnaast is bekend dat tot en met dit jaar (alle?) bedrijven in meer of mindere mate nog extra Coxiella aan de omgeving toevoegen.

De achtergrond
Voor 2007 werd er weinig diagnostiek ingezet naar Q-koorts bij mensen met pneumonie. Voor 2005 werd geen Q-koortsdiagnostiek verricht bij kleine herkauwers met abortusproblemen. Sedert 2005 is bekend dat zich abortusproblemen voordoen bij (erg) grote melkgeitenbedrijven veroorzaakt door Coxiella. Een abortus is een coxiellabommetje met verspreiding in de directe omgeving, en -onder gunstige omstandigheden- verspreiding tot vele kilometers.

In 2007 waren de omstandigheden (tijdstip, weersgesteldheid) zeer gunstig voor massale aerogene verspreiding rond één bedrijf. Dankzij die uitzonderlijke stapeling werd één huisartsenpraktijk overbelast en is bij mensen met pneumonie gezocht naar Q-koorts. In 2007 was er ook verspreiding uit andere bedrijven, de jaren erna en de jaren ervoor ook. Er is verspreiding vanuit bekend positieve bedrijven, én er is (minder?) verspreiding uit andere bedrijven.

De regio is zolangzamerhand bedekt onder een dun laagje Coxiella dat bij gunstige weersomstandigheden (ook een jaar later) tot aerogene verspreiding leidt naar andere bedrijven en mensen. Wie zoekt zal vinden: verhoogde diagnostische activiteit leidt tot het kleiner worden van het diagnostisch deficit (meer van de ijsberg boven water).

Het blijft onprettig dat er vooral onzekerheden en vragen zijn bij de verklaring van wat we zien. Er is geen reden aan te nemen dat dit jaar de blootstelling aan Coxiella in zuidelijk Nederland lager is dan voorgaande jaren, sterker, die zal hoger zijn. De kans is reëel dat het gebeid waar Q-koorts gevonden wordt, dit jaar groter wordt dan voorgaande jaren.
Er is met veel inzet erg veel onderzoek in gang gezet, maar op antwoorden zullen we nog maanden en soms jaren moeten wachten.

bron: RIVM.nl


BijlageGrootte
Qkoortspergemeente.pdf 241.86 KB


Levende Have Magazine

Enquête

Dierenvideo

Opmerkingen over de website

Heeft u vragen en / of opmerkingen over de website klik dan Hier.


Wie zijn online?

Er zijn momenteel 0 gebruikers en 20 gasten online.

Nieuwe leden Levende Have

  • Noor
  • ziltmuziek
  • Bikkershof
  • Maxime
  • dennisroossien
  • jeskeveenland
  • majella
  • Jacques Janssen
banner Aviornis
banner VSS
banner NBVH