Bulletin vogelgriep januari 2008
Minister Verburg van landbouw heeft op 28 januari de afschermplicht voor commercieel gehouden pluimvee opgeheven. De laatste uitbraak in Duitsland en Polen hebben zich begin januari voorgedaan. In Polen, Duitsland en in de rest van Europa met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, zijn in de monitoring van de wilde vogels (dood en levend) geen besmettingen met H5N1 gevonden. In Nederland zijn in 2007 geen besmette wilde vogels gevonden, terwijl er in 2007 in Nederland 13.832 levende wilde vogels en 650 dode wilde vogels zijn getest op vogelgriep.
Het H5N1-virus is extreem stabiel. Dat zegt Bernard Vallat, directeur van de internationale organisatie voor diergezondheid OIE, op de website van MSNBC. ''We hebben nog nooit zo'n stabiel virus gezien'', aldus Vallat.
De angst voor een mutatie van het vogelgriep virus in een voor de mensheid gevaarlijke variant, iets waarvoor onder anderen de Nederlandse viroloog Ab Osterhaus meermalen heeft gewaarschuwd, was volgens Vallat niet gebaseerd op enig bewijs. Hij nam op een persconferentie zelfs de woorden ''onwetenschappelijke veronderstelling'' in de mond.
Het H5N1 virus is begin januari aangetroffen bij zwanen in een vogelreservaat in het Engelse Dorset. Daaruit blijkt dat het virus nog steeds op verschillende plaatsen in de landen om ons heen actief is. De melding volgt op kleinschalige uitbraken op andere plaatsen in Engeland en in Duitsland. In Polen is het virus eveneens nog aanwezig. Ook uit Portugal komen meldingen.
Voor commercieel gehouden pluimvee met uitloop geldt nog steeds een afschermplicht. Voor hobbyhouders zijn in het bulletin van december 2007 tal van adviezen te vinden.
FAO
De wereldvoedselorganisatie FAO noemt de situatie wereldwijd nog steeds gevaarlijk. Uitbraken van H5N1 zijn gemeld in Bangladesh, Benin, China,
Egypte, Duitsland, India, Indonesië, Iran, Israël, Myanmar, Polen,
Rusland, de Oekaïne, Turkye en Vietnam.
De FAO is vooral bezorg over de situatie in Indonesië, Bangladesh en
Egypte, waar het ondanks vergaande maatregelen niet gelukt is om het
virus uit te roeien. In het eilandrijke Indonesië is het H5N1-Virus
sinds 2004 in 31 van de 33 provincies opgedoken, en in Bangladesh in 21
van de 64 districten. In de Indiase deelstaat West-Bengalen is de
situatie volgens de autoriteiten kritiek.
Meer dan 50 landen zijn er met behulp van de FAO wel in geslaagd om een uitbraak te stoppen.
Verspreiding via pluimveehouderij
De pluimveehouderij speelt mogelijk een belangrijkere rol bij de
verspreiding van het virus dan tot nu toe werd gedacht. Dat concludeert
Scott Newman, vogeldeskundige van de wereldvoedselorganisatie FAO, op
basis van onderzoek onder 350.000 wilde vogels. "Van deze vogels was
slechts een beperkt aantal licht H5N1-positief. Hieruit kan
geconcludeert worden dat de wilde vogels op dit moment niet de
verspreiders zijn van het virus."
Er is geen betrouwbaar bewijs dat wilde vogels de oorzaak zijn van het
verspreiden van het vogelpestvirus H5N1 van Azië naar Europa, Afrika en
het Midden-Oosten, zo blijkt tijdens een internationaal congres over
vogelpest in Bangkok.
"We weten dat sommige wilde vogels die
besmet waren met het virus mogelijk nog een korte afstand hebben
getrokken voordat ze dood gingen, maar het is ons niet gelukt om vast
te stellen dat trekvogels het virus over lange afstanden hebben
verspreid", aldus Newman. Daarnaast zijn er bij dode wilde vogels waar
H5N1 is aangetroffen in de omgeving nauwelijks besmettingen met H5N1 in
de commerciële pluimveehouderij, aldus Newman.
De
vogeldeskundige benadrukt dat er meer onderzoek moet komen naar de
pluimveehandel en op vogelsmokkel, omdat dit het virus mogelijk wel
verspreidt en ervoor zorgt dat het virus blijft bestaan. "Mogelijk
speelt zowel de legale als de illegale pluimveeproductie en de
pluimveehandel een belangrijkere rol speelt in de verspreiding en het
blijven bestaan van het virus dan dat we tot op heden dachten", aldus
Newman.
Inenten tegen vogelgriep
De afschermplicht is niet van toepassing op gevaccineerde dieren. Het wel of niet inenten van kippen is een keuze van iedere houder zelf.
Als je besloten hebt de kippen te vaccineren om vrije uitloop te
garanderen bij ophokplicht, dan is preventief het verstandigst. Wanneer
je pas gaat inenten als er al een uitbraak is, ben je niet meer op
tijd. De kippen hebben namelijk 2 maal een prik nodig (dwz in het
eerste jaar), waarbij de tweede prik 3 weken na de eerste wordt
gegeven. Dan duurt het nog een week voor de kippen officieel beschermd
zijn. het duurt dus in totaal 4 weken voor je ze buiten mag laten
lopen, wanneer er ophokplicht geldt (na een uitbraak). Dat is dus niet
zinvol. Of de dreiging vanuit Duitsland op dit moment zo groot is dat
je van een werkelijke dreiging voor Nederland kunt spreken is moeilijk
te zeggen. Je weet nu eenmaal nooit wanneer via een transport of op
andere manier de ziekte wordt ingesleept en waar. Dus het zou
verstandig kunnen zijn om nu te laten vaccineren. De kippen zijn dan
ook niet uit hun ritme van leggen of broeden door de twee prikken.
- login of registreer om te reageren





