Bulletin Q-koorts april 2009
Q-koorts is sinds vorig jaar voor houders van runderen, schapen en geiten een meldingsplichtige ziekte. Vandaar dat elke uitbraak door de Voedsel en Waren Autoriteit bekend wordt gemaakt.
Vorig jaar deed zich een groot aantal menselijke gevallen van Q-koorts voor in het zuiden van het land. Het vermoeden bestaat dat de bacterie die Q koorts veroorzaakt, zich via stof vanuit de geitenhouderij heeft verspreid. Vanwege het besmettingsgevaar voor de mens gaat er in april een vaccinatiecampagne van start (zie bulletin Q-koorts februari).
De bacterie leidt in de geiten- en schapenhouderij tot abortussen. Onder runderen is de bacterie wijd verspreid (ongeveer de helft heeft antistoffen), maar vooralsnog wordt de melkveehouderij niet als voorname bron gezien voor menselijke besmettingen.
Onder geiten en schapen komt landelijk gezien de bacterie veel minder voor. In Nederland heeft 7,9 procent van de geiten en 2,4 procent van de schapen antistoffen tegen Q-koorts, zo is uit onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) gebleken.
De GDheeft het bloed onderzocht van 12.500 schapen en 3.400 geiten. De dieren die ooit in contact zijn geweest met Coxiella burnetii, de bacterie die Q-koorts veroorzaakt, komen verspreid over het hele land voor.
In de loop van 2009 meer duidelijkheid over Q-koorts
In de loop va dit jaar komt er meer duidelijkheid over Q-koorts in Nederland. Bij mensen en dieren wordt onderzocht hoe vaak Q-koorts voorkomt. De resultaten verschijnen over enkele maanden. Verder wordt gekeken welke risicofactoren (demografisch, geografisch, gedrag en bedrijfsvoering) van invloed zijn op de verspreiding. De resultaten hiervan worden aan het einde van dit jaar verwacht.
Ook wordt bekeken in hoeverre drachtige en niet drachtige geiten de ziekmakende bacterie uitscheiden en wat het effect is van vaccinatie. Tenslotte worden de diagnostische testen verder verbeterd zodat de ziekte sneller kan worden opgespoord. Dit onderzoek is in handen van het Centraal Veterinair Instituut, in samenwerking met het RIVM en de Gezondheidsdienst voor Dieren.
Geintegreerde aanpak
Een geïntegreerde aanpak vanuit het veterinaire en humane werkveld is noodzakelijk om Q-koorts in Nederland te beperken. Dat schrijven deskundigen, waaronder Hendrik Jan Roest van het Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR, in een artikel dat woensdag is verschenen in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde. In 2008 vond de grootste gedocumenteerde epidemie van Q-koorts bij mensen plaats in Noord Brabant. Melkgeiten lijken de belangrijkste bron voor deze epidemie te zijn. Een effectieve aanpak en beheersing van Q-koorts heeft daarom alleen kans van slagen als het veterinaire en humane werkveld bestaande uit overheidsinstanties, gezondheidsinstellingen en onderzoeksinstituten samenwerken.
Q-koorts is een zoönose (ziekte die van dier op mens overdraagbaar is) die wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii. De belangrijkste infectieroute in de Nederlandse situatie lijkt stof- en spayvorming van bacteriën die vrijkomen bij een vroeggeboorte bij geiten als gevolg van Q-koorts. Bij een vroeggeboorte als gevolg van Q-koorts komen zeer grote hoeveelheden ziektekiemen in de omgeving vrij. Deze kunnen door de wind over grote afstand verplaatst worden. De weersomstandigheden spelen hierbij een belangrijke rol: droog, warm weer en veel wind zorgen voor meer verspreiding. Dit jaar zijn er tot en met eind maart twee uitbraken gemeld van Q-koorts bij geitenbedrijven. In een geval ging het om een bedrijf met duizend melkgeiten.
Verwachting
De overheid heeft op basis van de huidige kennis diverse maatregelen genomen om verdere verspreiding van de ziekte in 2009 tegen te gaan (o.a. vaccinatie van geiten en schapen en hygiënemaatregelen op grotere bedrijven). Hoewel enig effect van de maatregelen verwacht mag worden zijn een aantal zaken omtrent de overdracht nog niet helemaal duidelijk. Tevens spelen weersomstandigheden ook een grote rol in de verspreiding van de bacterie. Daarom is moeilijk te voorspellen hoe de epidemie in 2009 zal verlopen
Achtergrondinformatie
Meestal verloopt Q-koorts bij mensen zonder symptomen of is er sprake van milde griepachtige verschijnselen. Bij een klein percentage van de geïnfecteerden ontstaat een ernstigere infectie of ontwikkelt zich een chronische infectie. Zwangeren, mensen met hartklepafwijkingen en mensen met een aangetast immuunsysteem hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een chronische infectie.
Situatie bij dieren
Het voornaamste symptoom van Q-koorts bij geiten is abortus in de laatste periode van de dracht. Bij schapen treedt abortus minder vaak op en bij runderen lijkt het voornaamste probleem een verminderde vruchtbaarheid. Uit onderzoek naar aanwezigheid van antistoffen in tankmelk blijkt dat Q-koorts op meer dan 50% van de melkveebedrijven in Nederland voorkomt. Waarom de ziekteverschijnselen de laatste jaren juist in Noord-Brabant bij geiten optreden, is niet duidelijk. De regio waar het probleem zich voordoet, is wel de regio met de hoogste geitendichtheid in Nederland. Dit is dezelfde regio waar zich de problemen met ziekteverschijnselen bij mensen hebben voorgedaan.
Voor meer informatie over vaccinatie, zie Bulletin Q koorts februari
- login of registreer om te reageren






